Mobiliteit
hoger onderwijs
Internationale ervaring brengt je verder
De mobiliteitsprojecten van Erasmus+ bieden onderwijsprofessionals en studenten in het hoger onderwijs de kans om nieuwe kennis en vaardigheden op te doen, zowel binnen als buiten Europa.
Mobiliteit van onderwijsprofessionals
Het is belangrijk om je als professional in het onderwijs te blijven ontwikkelen. Professionalisering van stafmedewerkers brengt een onderwijsinstelling verder. Daarom kun je als onderwijsprofessional met Erasmus+ in het buitenland nieuwe vaardigheden opdoen:
- Geef les in het buitenland
- Volg een training
- Loop met een collega mee (job shadowing)
- Maak kennis met nieuwe leermethoden
Mobiliteit van studenten
Erasmus+ maakt het ook voor studenten mogelijk om een tijdje te studeren of stage te lopen binnen of buiten Europa. Met Erasmus+ zullen studenten:
- Een nieuwe taal leren
- Kennismaken met een andere cultuur
- Meer zelfvertrouwen krijgen
Binnen en buiten de Europese Unie
Erasmus+ biedt subsidie voor mobiliteit binnen de Europese Unie (programmalanden), maar ook buiten de Europese Unie (partnerlanden)
Er zijn twee soorten subsidies voor mobiliteitsprojecten:
- KA131: subsidie voor uitwisselingen met programmalanden (voornamelijk binnen de EU)
- KA171: subsidie voor uitwisselingen met partnerlanden (buiten de EU)
Hoe vraag je subsidie aan?
Studenten en medewerkers vragen niet zelf de subsidie aan, dat wordt gedaan door de onderwijsinstelling. Alle hogescholen en universiteiten die meedoen aan Erasmus+ moeten een Erasmus Charter for Higher Education (ECHE) hebben. De hogeronderwijsinstelling kan op twee manieren subsidie aanvragen: zelf als instelling of samen met andere instellingen als nationaal mobiliteitsconsortium.
Erasmus+ vergroot je wereld
Met Erasmus+ leren de deelnemers andere landen, mensen en manieren van werken kennen. Ook bouwen ze een internationaal netwerk.