Een blik op digitale inclusie, met Andrei Frank
Digitalisering wordt vaak gepresenteerd als dé weg vooruit. Maar wat als die vooruitgang juist nieuwe uitsluiting creëert? Tijdens verschillende gesprekken over digitale inclusie naar aanleiding van een recente TCA, spraken we drie experts die ieder vanuit hun eigen invalshoek kritisch kijken naar de digitale samenleving. Eén van hen is Andrei Frank, Policy and Advocacy Manager bij het Lifelong Learning Platform.
Een belangrijke vraag vindt Andrei: wat verstaan we überhaupt onder digitale inclusie? “Voor mij betekent inclusie dat iedere individu het vermogen heeft om deel te nemen aan de samenleving, op welk gebied en op welke manier dan ook. Dat kan op een digitale manier, maar dat hoeft niet. Wanneer we naar digitale inclusie kijken, heb je allereerst een goede digitale infrastructuur nodig; bandbreedte en hulpmiddelen zoals een laptop, telefoon of ander voorkeursmiddel. Tijdens de TCA bleek uit een verhaal van Samantha Morris (slachtoffer van de toeslagenaffaire) dat dit niet vanzelfsprekend is, ook niet binnen Europa. Ik vind dat heel pijnlijk om te horen. Ten tweede moet het leerproces een samensmelting zijn van kennis, vaardigheden en houding. Daarmee bedoel ik dat de focus niet alleen moet liggen op hoe een tool werkt, maar ook op hoe je deze gebruikt om te leren wat je wil leren.”
Belangen bij ontwikkeling van tools: ontwikkelaar versus gebruiker
Een groot probleem volgens Andrei is het doel van veel ontwikkelde tools. Omdat ze veelal gemaakt worden door de private sector is het uiteindelijke doel vaak het verdienen van geld. “De overheid moet betrokken zijn bij het ontwikkelproces van digitale hulpmiddelen, zodat de hulpmiddelen ook prioriteit geven aan de behoeften van burgers. Wat winstgevend kan zijn, sluit niet altijd volledig aan bij bijvoorbeeld het beschermen van de privacy van gebruikers, of het bijdragen aan de persoonlijke ontwikkeling van een individu. Bij het ontwikkelproces van hulpmiddelen moet aandacht zijn voor zowel de ontwikkelaar als gebruiker, met een focus op innovatie om positieve verandering in het leven van mensen teweeg te brengen.”
Hoe gaan andere landen om met digitale inclusie?
Een belangrijk onderdeel bij digitale inclusie is het betrekken van een doelgroep die het verste van de digitale wereld afstaat. “In de ideale situatie wordt beleid gevormd door samenwerking tussen lokale, regionale en nationale stakeholders. In Ierland hebben ze bijvoorbeeld een strategie voor digitale geletterdheid ontwikkeld vanuit een bottom-up benadering. De overheid coördineerde enkel om overzicht te houden op het project, maar verder is de strategie lokaal gestart en zo opgebouwd tot een document waar ze heel trots op zijn. In Slovenië hebben ze eenzelfde benadering gebruikt voor het ontwikkelen van hun nationale vaardigheidsstrategie, waar digitalisering een groot onderdeel van is. Dit kunnen mooie voorbeelden voor Nederland en andere landen zijn. Sectoroverstijgende allianties en allianties waarbij ook stakeholders buiten de gebruikelijke partijen betrokken zijn, hebben het meeste te winnen.”
Werk niet op je eigen eiland, maar zoek de versterking
Binnen bestaande projecten of samenwerkingspartnerschappen kan ook gekeken worden hoe digitale inclusie vergroot kan worden. Dat uitzoekwerk kan best tijdrovend zijn, en mogelijke oplossingen prijzig. Uiteraard is financiële ondersteuning mogelijk. Bijvoorbeeld in de vorm van subsidie uit het programma Erasmus+. Er bestaan daarnaast nog veel meer subsidies, die hiervoor ingezet kunnen worden. “Mijn tip aan instellingen zou zijn om de mogelijke subsidies in kaart te brengen en te onderzoeken welke subsidies elkaar kunnen versterken. Of waar projecten elkaar kunnen versterken, ook cross-sectoraal.” Het project Generation AI is hier een mooi voorbeeld van. Rijksuniversiteit Groningen deed onderzoek naar AI in onderwijs en ontwikkelde een lespakket waar basisscholen praktisch mee aan de slag kunnen. “Laten we niet op eilanden blijven werken.”
Dit interview is onderdeel van de serie ‘Een blik op digitale inclusie’. Bekijk ook de interviews met Paola Verhaert en Alexander Smit.