Een blik op digitale inclusie, met Alexander Smit
Digitalisering wordt vaak gepresenteerd als dé weg vooruit. Maar wat als die vooruitgang juist nieuwe uitsluiting creëert? Tijdens verschillende gesprekken over digitale inclusie naar aanleiding van een recente TCA, spraken we drie experts die ieder vanuit hun eigen invalshoek kritisch kijken naar de digitale samenleving. Eén van hen is Alexander Smit, onderzoeker en docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en het Digital Inclusion Lab.
Alexander is stellig: “Digitalisering is eigenlijk niet voor iedereen goed. Veel van wat we de afgelopen decennia hebben opgebouwd qua inclusiviteit en dienstverlening, wordt weer afgebroken. Wat je nu veelal nodig hebt zijn digitale vaardigheden, apparaten of hulpmiddelen en/of mensen om je heen die je te hulp kunnen schieten. Dat maakt het systeem best kwetsbaar, want wat als je dit niet hebt? Ik denk dat dat de kern van de problematiek van digitale ongelijkheid is.”
Laaggeletterden kunnen wel digitaal geletterd zijn
Alexander heeft onderzoek gedaan naar de link tussen digitale geletterdheid en geletterdheid. De aanname dat er een link zit tussen laaggeletterdheid en een lage digitale geletterdheid, die klopt voor veel mensen wel. “Verrassend genoeg ontdekten we dat je niet eerst geletterd hoeft te zijn, om digitaal geletterd te worden. De digitale wereld biedt zoveel mogelijkheden voor communiceren, dat er veel om ‘reguliere’ taal heen gewerkt kan worden. Zo ken ik een migrant, die laaggeletterd is maar wel een eigen digitaal bedrijf heeft opgezet. Super succesvol en zonder eerst de Nederlandse taal te leren.”
Dankzij omzeiltechnieken kunnen laaggeletterden toch digitaal meedoen
Een andere opvallende observatie uit het onderzoek is de inzet van omzeiltechnieken door laaggeletterden. Dat is positief, vindt Alexander. Via omwegen kunnen mensen toch digitaal kunnen participeren. “We hebben soms de neiging om negatief te kijken als iets op de ‘normale manier’ niet lukt. Maar het is toch juist fantastisch dat mensen andere manieren hebben gevonden om tot hun doel te komen. Ik denk dat we daar regelmatig de plank misslaan op digitaal inclusiebeleid of -onderwijs. Een drempel of barrière hoeft niet per se een probleem te zijn wat we direct moeten oplossen. We kunnen ook aan mensen vragen hoe ze een barrière ervaren en wat ze nodig hebben om hiermee om te gaan. Als we dat doen kunnen we uiteindelijk veel betere digitale systemen ontwikkelen.”
Pilot met digicoach: van bijstand naar buurtheld
“Laten we van elkaar leren, niet alleen in Nederland, maar ook over de grens. En laten we burgers bij de oplossing betrekken. En dan doel ik niet op een sessie waarbij je als bewoner input mag leveren waar negen van de tien keer niks mee wordt gedaan. Wij zijn bijvoorbeeld een pilot gestart waarbij we mensen uit de bijstand opleiden tot digicoach. Ze krijgen een opleiding, laptop en salaris en het enige wat ze daarvoor hoeven te doen, is bewoners uit hun buurt helpen met digitale vragen. Wat dat oplevert is dat mensen in de meest afgezonderde gebieden een bekend gezicht hebben om hun digitale vragen aan te stellen. De nieuwe digicoaches voelen zich weer gewaardeerd, ze gaan van bijstand naar buurtheld. En ze inspireren anderen om zich op te geven voor zo’n traject, waardoor de digitale kennis als een soort olievlek groeit.”
Dit interview is onderdeel van de serie ‘Een blik op digitale inclusie’. Binnenkort volgt een interview met Andrei Frank. En lees ook het eerder geplaatste interview met Paola Verhaert.