Met de top-up, een lotingsysteem en blended mobiliteit werkt de Universiteit van Amsterdam aan toegankelijkere internationale kansen voor alle studenten
Voorbij de Inclusie Top-up: zo pakt de UvA inclusieve mobiliteit aan
Internationale ervaring mag geen voorrecht zijn voor studenten die het zich kunnen veroorloven. Vanuit die overtuiging werkt de Universiteit van Amsterdam (UvA) aan inclusief internationaliseren. De Erasmus+ Inclusie Top-up speelt daarin een belangrijke rol, maar volgens Erasmus+ Institutional Coördinator Jan Kostelijk zit de kracht juist in een combinatie van verschillende maatregelen en mogelijkheden.
Gebruik van Inclusie top-up neemt toe
“In 2022 maakte 9 procent van de studenten die op uitwisseling ging gebruik van de top-up. Inmiddels is dat gestegen naar 21 procent,” vertelt Jan. Het grootste deel van de aanvragen komt van studenten die tegen financiële barrières aanlopen. Daarnaast maakt een kleinere groep gebruik van de regeling vanwege gezondheidsredenen of een handicap. Volgens Jan gaat het niet alleen om de extra financiële ruimte. De top-up geeft studenten het vertrouwen dat een buitenlandervaring ook voor hen bereikbaar is. We merken echt dat studenten er profijt van hebben. Ze hebben het echt nodig. Deze kansen moeten er júist zijn voor studenten die denken: dit is niets voor mij.”
Wat ik vooral hoor, is: zonder dit kán ik gewoon niet.Jan Kostelijk
Inclusie als standaard, niet als uitzondering
Volgens Jan begint inclusie niet bij een regeling, maar bij de manier waarop je internationalisering organiseert. Daarom probeert de UvA de inclusie top-up niet als iets bijzonders neer te zetten voor een kleine groep studenten. “Je wilt aandacht vestigen op de top-up, maar niet doen alsof het een uitzondering is,” legt Jan uit. Dat principe is doorvertaald naar de praktijk. In de informatievoorziening over uitwisselingstrajecten komt de inclusie top-up standaard terug, op websites en tijdens voorlichtingen. “Elke student moet in het aanvraagproces langs de stap ‘inclusie top-up’ en even stilstaan bij de vraag of die regeling voor diegene relevant is. Ook zijn we bezig om te onderzoeken hoe we directer bij de student kunnen komen. Zo werken we samen met diversity officers en het studentenplatform IDEAs. Met de diversity officers organiseerden wij bijvoorbeeld jaarlijks het Equity, Diversity & Inclusion Festival. De lijntjes zijn kort.”
Studenten hoeven niet zelf actief naar deze informatie op zoek te gaan.Jan Kostelijk
Inclusie voorbij de top-up: lotingssysteem
De top-up is niet de enige manier waarop de UvA werkt aan inclusief internationaliseringsbeleid. Zo werkt de universiteit met een lotingssysteem voor de plaatsen die beschikbaar zijn voor uitwisseling. Zo maken niet alleen studenten met de hoogste cijfers kans op een buitenlandervaring. Studenten met een gemiddeld cijfer 6 maken evenveel kans op hun voorkeursbestemming als studenten met een 9. “Dat is een van de hoofdredenen waarom we met dit lotingssysteem zijn begonnen.” De aanpak trok inmiddels belangstelling van universiteiten uit heel Europa, waarvan meerdere het systeem inmiddels hebben overgenomen.
Het lotingssysteem is niet alleen efficiënter, maar ook echt veel inclusiever.Jan Kostelijk
Meer studenten een internationale kans met BIP’s
De UvA maakt ook gebruik van de mogelijkheid van Erasmus+ om deel te nemen aan Blended Intensive Programmes (BIP's). Dit is een combinatie van een online samenwerking met een kort fysiek verblijf in het buitenland. Deze mogelijkheid sluit veel beter aan bij studenten voor wie een semester in het buitenland niet haalbaar is. “Denk aan studenten die het te spannend vinden, die thuis verplichtingen hebben of financieel niet in de positie zijn om zo lang zonder bijbaaninkomsten te zitten. Je hoeft niet je baan of huur op te zeggen. Als je mantelzorger bent, ben je misschien maar een week weg. Het is veel behapbaarder. Bovendien vertrekken studenten vaak samen met medestudenten. Je wordt niet helemaal alleen in een stad gedropt. Dat maakt het minder spannend.”
Drempels zoveel mogelijk vooraf wegnemen
Hoe Jan erover denkt is duidelijk: een internationale ervaring moet bereikbaar zijn voor alle studenten die daarvan willen profiteren. Hoe meer drempels kunnen worden weggenomen, hoe meer talent de kans krijgt om over grenzen heen te leren en zich te ontwikkelen. Voor Jan is dat de kern van inclusief internationaliseren: drempels zoveel mogelijk vooraf wegnemen. En als dat niet volledig kan? Laten zien dat de drempel minder hoog is dan misschien verwacht. “Zo wordt een internationale ervaring een realistische optie voor een veel bredere groep studenten.”
Als we meer studenten uitsturen, kunnen we ook meer studenten ontvangen. Dat zorgt voor meer diversiteit in de collegezalen.Jan Kostelijk