Skip naar content

Kleine instelling maakt groot verschil met International Impact Partnerships

Groep mensen in samenwerking project Kenia - Nederland

Nederlands-Keniaanse samenwerking voor klimaatbestendige landbouw

Als Nederlandse instelling met Keniaanse partners werken aan duurzame landbouw? Hogeronderwijsinstelling Van Hall Larenstein laat zien dat het kan. Samen zetten ze ‘International Impact Partnerships' op: praktijklaboratoria om te werken aan voedselzekerheid en duurzame landbouwketens. Met subsidie van Erasmus+ werden ruim dertig uitwisselingen georganiseerd. Beleidsmedewerker Internationalisering, Ingrid de Vries en docentonderzoeker/projectleider Marco Verschuur leggen uit hoe ze dit mobiliteitsproject buiten Europa (actielijn KA171) hebben ingezet om te investeren in een duurzaam partnerschap met Keniaanse organisaties.

Hoger onderwijs

Waarom Kenia?

“De noodzaak om naar Kenia te gaan zit op verschillende niveaus,” vertelt Marco. “We zetten in op institutionele samenwerking. Daarnaast is wereldburgerschap heel belangrijk in ons onderwijs. We leiden jongeren op om een bijdrage te leveren aan een betere wereld. We hebben een groot aandeel internationale studenten op de hogeschool, veel Afrikaanse en Aziatische studenten. Tot slot hebben we veel expertise in het opzetten van internationale waardeketens in een veranderend klimaat. Andersom kunnen wij natuurlijk ook veel leren van de Keniaanse context. Hoe zijn zij bezig met klimaatadaptatie? Hoe werken ze samen met Keniaanse boerencoöperaties, verwerkers, exporteurs en de overheid? Daar hebben wij in Nederland ook mee te maken.”

Slim combineren: mobiliteiten met Erasmus+ 

Naast het mobiliteitsproject met Erasmus+ liep het project FORQLAB over voedselverliezen en voedselkwaliteit in Kenia, dat met SIA-subsidie werd gefinancierd. Van Hall Larenstein heeft de mobiliteiten handig ingezet om de samenwerking met de Keniaanse partners te verdiepen én de basis te leggen voor langdurige samenwerking. Nederlandse en Keniaanse studenten deden onderzoek in het project. Het investeren in een langdurig strategisch partnerschap is onderdeel van het internationaliseringsplan, legt Ingrid uit. “We zoeken niet zozeer verbreding, maar verdieping: juist investeren in een strategisch en langdurig partnerschap waarmee we impact kunnen maken.”

We zijn een kleine school en kiezen bewust voor partnerschappen met een paar landen. Ingrid de Vries

Klimaatadaptie en duurzaamheid vragen om internationale samenwerking

“Wij werken volgens de ‘Living Lab-methode’, dat is het aanpakken van een sociaal probleem met verschillende belanghebbenden en echt samen op zoek gaan naar een duurzame oplossing. De eindgebruiker staat centraal. Als Hogeschool is dat belangrijk, want we geven de studenten en onszelf de mogelijkheid om te leren van de real life situatie. Voor ons is deze methode dé manier om met boeren, coöperaties, ketenpartners, kennisinstituten, adviseurs en de overheid samen te werken in de voedselketen en voedselverspilling tegen te gaan. Dit resulteerde in duurzamere zuivel- en avocadoketens met minder voedselverliezen, meer oog voor kwaliteit en hogere prijzen, en daarnaast beter opererende coöperaties en meer ketensamenwerking." 

Onze studenten werken aan transities in het groen. Dat houdt niet op aan de grens van Europa, dat is wereldwijd. Marco Verschuur

Balans: lange vliegreizen en streven naar duurzame impact

Het project gaat over klimaatbestendigheid, terwijl er ook ruim dertig lange vliegreizen zijn gemaakt. Hoe verhouden die twee zich tot elkaar? Voor Marco is het simpel: “Vanuit Nederland kun je nooit écht begrijpen wat boeren in Kenia meemaken.” Ook Ingrid ziet het dilemma, maar geeft aan: “Door partnerschappen op te bouwen die jaren meegaan, hoeven we minder vaak te reizen én werkt het online afstemmen daarna veel makkelijker. Al blijft fysiek contact de meest effectieve manier om samen te werken.”

Als je de wereld wilt begrijpen, moet je de wereld in. Marco Verschuur

Impact: wat levert het project concreet op?

“Keniaanse boeren hebben reuzestappen gezet in het doorontwikkelen van een net startende coöperatie naar een exporterende coöperatie waardoor ze de hele avocadoketen in eigen hand houden,” vertelt Marco. “Studenten en onderzoekers krijgen de mogelijkheid om te leren van echte lokale cases en de Keniaanse partners profiteren van onderzoek dat direct aansluit bij hun praktijk. Samen leren we van elkaars onderwijspraktijk. Kleine acties kunnen grote lokale impact hebben.” Maar het is de onderwijsinstelling niet alleen te doen om de directe praktische uitkomsten. “Het project is een voedingsbodem voor nieuwe projecten en (online) samenwerking.”  Zo geven Keniaanse docenten en boeren nu online gastlessen aan studenten van de hogeronderwijsinstelling in Nederland en andersom.

Een participatieve manier van werken kan alleen ingebed zijn als er stevige partnerschappen zijn. Daar helpt een KA171 geweldig bij, omdat dat de mobiliteit stimuleert om bij elkaar in de keuken te kijken. Marco Verschuur