Skip naar content

VirtuLApp: meertaligheid in (basis)onderwijs

Na ruim drie jaar is het Erasmus+ project VirtuLApp (Virtual Language App) afgesloten. Dit project gaat over het verwelkomen en benutten van meertaligheid in het (basis)onderwijs.

Internationaal aan de slag met meertaligheid in de klas

VirtuLApp is een samenwerking van partners uit België, Ierland, Baskenland en Nederland. Hierover gingen wij in gesprek met projectleider Cor van der Meer en projectmedewerker Ydwine Scarse. Zij zijn van Mercator, een coördinerend Europees Kenniscentrum voor Meertaligheid en Taalleren in Leeuwarden.

Primair en voorgezet onderwijs

In heel Europa hebben leerkrachten te maken met een grote taaldiversiteit in de klas. Veel leerkrachten willen graag meer doen met al die talen, maar weten niet precies hoe ze het beste kunnen omgaan met minderheidstalen en migrantentalen. VirtuLApp biedt basisschoolleerkrachten informatie, succesvolle praktijkvoorbeelden én leermiddelen.

Concreet bestaat het uit twee digitale componenten: een online toolkit voor leerkrachten en een augmented reality (AR) multiplayer game voor leerlingen. De toolkit bevat didactisch filmmateriaal en expertantwoorden op vragen van leraren. Met de innovatieve AR-game kunnen kinderen in de klas kennismaken met wel veertien verschillende talen.

Hoe kom je erop?

Het idee voor het project is een jaar of vier geleden ontstaan. Projectmedewerker Ydwine Scarse: “Scholen en klassen hebben steeds meer te maken met een groeiend aantal sprekers van migrantentalen. De vraag die daaruit voortkwam was hoe de partners de bestaande kennis konden inzetten voor een innovatieve lesmethode voor de inclusie van zowel migrantentalen als minderheidstalen. De partnerorganisaties zijn goed bekend met meertaligheid in de klas en hebben ervaring in de meertalige situaties van Ierland, het Baskenland en Fryslân.”

Onderzoeksinstituut Mercator ligt in een tweetalig gebied, waar Fries een plek heeft op scholen, maar waar klassen door migratie ook steeds diverser zijn. “Scholen hebben vaak een drietalig schoolmodel, met Nederland, Engels en Fries”, vertelt Cor. “Daarnaast is er steeds meer aandacht voor migrantentalen, al weten leerkrachten soms niet precies welke talen er allemaal worden gesproken in de klas.”

Minderheidstalen, inclusiviteit en superdiversiteit

Volgens projectmedewerker Ydwine is de laatste jaren meer aandacht voor ‘superdiversiteit’. Ze vindt dat een goede ontwikkeling. “Hoe meer inclusiviteit in klassen, hoe beter. Maar dan wel zonder verlies van de bestaande minderheidstaal in een regio.” Binnen het project gaat het dan om Fries in Friesland, Vlaams en Frans in België, Iers in Ierland (dat niet veel wordt gesproken in Dublin) en Baskisch in het Spaanse Baskenland. Ydwine: “Als partnerinstituten willen we leerkrachten in het basisonderwijs helpen meertaligheid in de klas te verwelkomen, zowel de minderheidstalen in de regio als de migrantentalen. We bieden ze daarvoor kennis en middelen.”

Resultaten van het project

Project VirtuLApp heeft vele resultaten opgeleverd, waaronder een toolkit met kennis. Zo zijn er didactische video’s van 5 tot 10 minuten met voorbeelden van scholen met een meertalige aanpak. Maar ook zijn er interviews met leerkrachten, schoolleiders en ouders en filmpjes van best practices en situaties in de klas. Ydwine: “Ook beantwoorden verschillende experts veelgestelde vragen die we hebben verzameld bij docenten. Deze vragen zijn beantwoord in de zeven partnertalen: Engels, Nederlands, Fries, Frans, Iers, Baskisch en Spaans.”

Op deze manier hopen ze zoveel mogelijk docenten bereiken. “We hebben veel enthousiaste reacties gekregen”, zegt Ydwine. “De antwoorden worden erg gewaardeerd. Dat zijn dan ook echt vragen waar docenten mee zitten.” Cor vult aan: “We hebben echt bottom-up vragen verzameld en antwoorden gezocht in de praktijk. Deze werkwijze blijkt goed te werken en het verklaart ook deels het succes van het project.”

Van quiz tot game

Naast de kennis-toolkit zijn er ook middelen ontwikkeld. Op de site staat bijvoorbeeld een quiz over meertaligheid, ook in de zeven partnertalen. Bij een goed antwoord volgt een beloning met een gifje. De quiz is vooral bedoeld voor docenten, maar ook oudere kinderen kunnen ermee aan de slag. Hoogtepunt van het project is toch wel BabelAR, een augmented reality game met veertien talen waarbij drie tot vijf kinderen in groepjes samenwerken. De game richt zich op kinderen van 7 tot 12 jaar en is aangepast op het niveau.

Het wezentje Babel staat centraal in het spel. Hij heeft zijn hoofd gestoten en is daardoor alle talen kwijt. In het spel vraagt hij woorden aan kinderen. De game stimuleert samenwerking. Cor: “Als een Friese leerling een Baskisch woord krijgt, heeft hij hulp nodig van een Baskische teamgenoot. Kinderen kunnen zelf aangeven welke talen ze kennen. We hebben de game aangevuld met migrantentalen als Pools, Turks, Duits, enzovoort.”

De game is het grootste succes. “AR is sowieso een mooie toevoeging en het teamelement maakt het een geslaagd spel”, aldus Cor. “Leerkrachten zien kinderen in hun eigen taal enthousiast worden en kunnen zo ontdekken welke talen kinderen thuis spreken. Belangrijk is ook de activering van de talenkennis bij kinderen.” Ydwine: “De game is heel tastbaar en interactief. Leerkrachten kunnen er echt meteen mee aan de slag gaan.”

Invloed van corona

Het eerste multiplier event van het project was in 2019, maar helaas heeft het project daarna wel te lijden gehad van de coronapandemie. Zo moest het testen van de game worden uitgesteld. Tegelijkertijd zijn er ook mooie dingen voortgekomen uit de noodgedwongen online samenwerking. Cor: “Onze multiplier events waren nu wereldwijd online te volgen en hierdoor hadden we honderden deelnemers in plaats van een kleinschalige bijeenkomst met dertig deelnemers.”

Het bereik was dus veel groter. Cor: “Dat is mooi, maar mensen zien is wel beter. Dan is er meer connectie mogelijk. Online heeft voor- en nadelen. Wellicht gebruiken we in volgende projecten een mengvorm.” Corona betekende ook flexibel, creatief en inventief zijn. Ydwine: “Lerarenopleidingen en stagiaires hadden gelukkig nog wel toegang tot klassen. Zij konden de game testen. Ook hebben we extra webinars georganiseerd. Dat kon door de online mogelijkheden.”

Voordelen van internationale samenwerking

Voor minderheidstaalregio’s bieden Europese subsidierondes kans op grensoverschrijdende samenwerking, meent Cor. “Het geeft mogelijkheden om bij elkaar te komen. Niet alle overheden zijn nu eenmaal erg begaan met de eigen minderheidstalen. We kunnen elkaar vinden in Europese samenwerking en problematiek met elkaar bespreken. Dat werkt heel motiverend.”

Vanuit Mercator willen ze wetenschappelijke kennis naar de praktijk brengen. “Dat is precies waar Erasmus+ ook voor bedoeld is: praktische tools ontwikkelen die zijn gebaseerd op wetenschappelijke kennis. Dat past heel goed bij ons instituut.”

Toekomstplannen

Bij Mercator willen ze graag met het project verder, omdat het zo’n succes is. Cor: “Mogelijk kunnen we ons nog richten op een andere doelgroep. Kleinere kinderen, van 4 tot 8 jaar die nog niet lezen bijvoorbeeld. En nog andere tools ontwikkelen. We kunnen ook een veel breder bereik hebben als we de app uitbreiden met talen.” “Interessant zijn de Calls voor Endangered languages, om talen die echt in gevaar zijn te helpen”, aldus Cor. “Fries is een middenmoter en valt daar niet onder, maar er zijn veel talen die niet mee kunnen in digitale ontwikkelingen.”

Het belang van minderheidstalen zit volgens de twee in de tradities die besloten liggen in een taal. Cor: “Kennis, cultuur en identiteit gaan verloren als een taal verloren gaat. Als het Fries verloren gaat, gaat Nederlands op den duur ook verloren. Nu al wordt er veel Engels gesproken op universiteiten. We willen de kennis vastleggen en promoten een taal te gebruiken.” “De grootte van de taal maakt daarbij niet uit”, vult Ydwine aan. “Elke taal is onderdeel van de eigen identiteit. Het is daarom belangrijk dat op school die identiteit en bijhorende diversiteit geaccepteerd wordt voor de ontwikkeling en kansen van een kind.”

Succesverhaal is noflik

VirtuLApp (en BabelAR) zijn meerdere malen genomineerd en in de prijzen gevallen. Zo is het onderzoek van twee stagiaires genomineerd voor de LC-Awards en is BabelAR genomineerd voor de Belgian Game Awards 2021. Voor de Henry van de Velde Awards 21 (Belgische prijs voor design) heeft BabelAR een prijs gewonnen in de categorie van digitale producten. Tot slot heeft VirtuLapp de tweede prijs gewonnen van het Europees Talenlabel.

Het succes van VirtuLApp is dus niet onopgemerkt gebleven. Het project kreeg ook ruime aandacht in krantenartikelen, tot aan het jeugdjournaal in België. “De prijzen en nominaties voelen zeker als een schouderklopje”, zegt Cor. “Ze laten zien dat we op de goede weg zijn en dat anderen ook de waarde inzien van het project. De wijdere omgeving is op de hoogte van ons werk en kan het waarderen.” Dergelijke erkenning is echt noflik (Fries voor prettig/fijn).

Meer weten?

Alle resultaten in het digitale handboek met de didactische video’s en vaakgestelde vragen, de quiz en de game BabelAR zijn gratis verkrijgbaar op de projectwebsite. Nieuwsgierig? Kijk op VirtuLApp.eu.