Skip naar content

‘Er is geen project waar we spijt van hebben gehad’

Jo Peeters, voorzitter van Stichting Edos

Jo Peeters

Jo Peeters

'Erasmus+ daagt ons uit om na te denken over nieuwe projecten. Elk project bouwt voort op een eerder project, al dan niet met dezelfde partners. Op deze manier komen we telkens een stapje verder.'

Faces of Erasmus+ | Jo Peeters

Dit jaar bestaat Erasmus+ 35 jaar. We staan daar graag bij stil met een serie portretten van personen die op de een of andere manier betrokken zijn bij ons programma. Wat zijn hun ervaringen? Wat heeft het gebracht? Op welke manier heeft Erasmus+ bijgedragen? En waar hoop je over 35 jaar te zijn? We vragen het Jo Peeters, voorzitter van Stichting Edos.

 

Wat doen jullie precies?

De projecten van Stichting Edos hebben te maken met de erkenning en validering van niet-formeel leren. We richten ons daarbij op vrijwilligerswerk en vrijwilligersorganisaties. De projecten zijn gericht op kennisuitwisseling en methodiekontwikkeling. Wij zijn als projectpartner of projectleider inhoudelijk betrokken maar we betrekken er altijd andere organisaties bij, zowel in het buitenland als in Nederland. Inmiddels bestaan we elf jaar en in die tijd hebben we een aardig netwerk opgebouwd, zowel internationaal als in Nederland.

Wat is jouw rol hierin?

Voorheen heb ik bij scouting gewerkt en daar hield ik me onder meer bezig met cursussen en trainingen voor vrijwilligers. Daarbij deden we ook internationale projecten en daar wilde ik meer mee. Samen met een collega heb ik toen Stichting Edos opgericht. Dat was een verrijking voor zowel mijn werk als mijn persoonlijke ontwikkeling.

Hoe zijn jullie bij Erasmus+ gekomen?

We maakten in het verleden gebruik van het Lifelong Learning Programma. In 2014 is dat opgegaan in Erasmus+. Op dat moment kenden we Erasmus+ niet. Als oefening voor onszelf hebben we toen een van onze LLLP-projecten omgeschreven alsof het voor Erasmus+ was, en dat paste heel goed.

Hoe zijn de ervaringen?

Over het algemeen bevalt het goed. Het was even omschakelen en het is veel papierwerk, maar dat went. Sommige dingen uit het Lifelong Learning Programma missen we wel. Zo was de internationale trainingscatalogus een goede database, maar die bestaat niet meer. Nu moeten we veel zoeken naar relevante trainingen waar we aan kunnen deelnemen.

Wat is voor jou de + van Erasmus+?

Erasmus+ helpt ons verder in kennisontwikkeling en netwerkontwikkeling. Het programma daagt ons uit om na te denken over nieuwe projecten. Elk project bouwt voort op een eerder project, al dan niet met dezelfde partners. We hebben geen projecten uitgevoerd die een kopie waren van een eerder project. Op deze manier komen we telkens een stapje verder. Dat is mooi, want we willen onszelf blijven ontwikkelen.

In een aantal EU-lidstaten hebben vrijwilligersorganisaties veel ervaring met het valideren van niet-formeel leren. Nederland loopt niet voorop in de toepassing hiervan in vrijwilligerswerk. We kunnen dan ook veel leren van anderen. Bij onze eerste projecten moesten we vrijwilligersorganisaties nog overtuigen van het nut van het onderwerp. Met kleine stapjes bereiken we nu steeds meer mensen en organisaties.

Hoe was het 35 jaar geleden, denk je?

35 jaar geleden stond erkenning van niet-formeel leren totaal niet op de agenda. Sinds een jaar of 25 krijgt dat pas aandacht. Zelf was ik niet bezig met internationale activiteiten. We hadden geen idee wat er in het buitenland te winnen viel. Nu is het heel gangbaar om over de grens te kijken en internationale oriëntatie is gewoner. Ik weet nog dat ik eind jaren negentig naar een conferentie ging in Minsk, Wit-Rusland. Dat was in die tijd heel bijzonder. Mensen gingen hoogstens naar Londen, Parijs of Berlijn. Nu is het niet heel bijzonder als ik naar Roemenië of Bulgarije ga.

Hoe gaat het zijn over 35 jaar?

Ik zou willen dat het een logische stap is voor organisaties om uit te zoeken wat ze met Erasmus+ kunnen als ze iets willen veranderen of verbeteren. Het zou mooi zijn als het uitwisselen van kennis met een internationale organisatie dan voor de hand ligt. Niet dat alles kan, maar wel dat mensen erover nadenken.

Wat zou je in de toekomst graag terug willen zien in het programma van Erasmus+?

Zelf zou ik het fijn vinden als er meer samenhang komt tussen projecten. We hebben over de periode 2014-2021 een inventarisatie gemaakt van projecten over vrijwilligerswerk en het valideren van niet-formeel leren. Dat leverde een lange lijst op, en dan zie je dat er veel langs elkaar heen gebeurt. Zo worden bij herhaling dezelfde dingen ontwikkeld, en dat is jammer. Die samenhang moet op Europees niveau komen, want het Nationaal Agentschap kent alleen de projecten met Nederlandse partners.

Heb je een tip voor andere organisaties?

Als je nooit eerder internationale projecten hebt gedaan: begin klein. Dan leer je hoe het in zijn werk gaat. Neem niet te veel hooi op je vork en kijk rustig hoe zoiets werkt. Zelf zijn we begonnen met een kleinschalig project met drie partners, nu hebben we vier tot vijf partners met een budget van een paar ton. Dat moet je aankunnen. We kunnen dat nu en dat is fantastisch. Er is geen project waar we spijt van hebben gehad.

Ik zou willen dat het een logische stap is voor organisaties om uit te zoeken wat ze met Erasmus+ kunnen als ze iets willen veranderen of verbeteren.

Jo Peeters