Skip naar content

‘Zonder Erasmus+ zou het allemaal een stuk ingewikkelder zijn’

Jan Jeronimus en Carl Govers van The Dutch Alliance (TDA)

Jan Jeronimus en Carl Govers

'We vinden dat internationalisering kan bijdragen aan onze strategie en willen met onze docenten kijken en leren hoe beroepsonderwijs vorm en inhoud krijgt in andere landen en contexten.'

Faces of Erasmus+ | Jan Jeronimus en Carl Govers

Dit jaar bestaat Erasmus+ 35 jaar. We staan daar graag bij stil met een serie portretten van personen die op de een of andere manier betrokken zijn bij ons programma. Wat zijn hun ervaringen? Wat heeft het gebracht? Op welke manier heeft Erasmus+ bijgedragen? En waar hoop je over 35 jaar te zijn? We vragen het Jan Jeronimus en Carl Govers van The Dutch Alliance (TDA).

 

Wat doen jullie precies?

Carl: The Dutch Alliance is in 2000 opgericht als stichting van zes Regionale Opleidingscentra en één Agrarisch Opleidingscentrum. We werken samen op het thema internationalisering. De stuurgroep is verantwoordelijk voor de dagelijkse activiteiten en de belangen van de aangesloten organisaties. Jan is voorzitter van de stuurgroep en ik ben bestuursvoorzitter. In de samenwerking wisselen we uit wat internationalisering voor ons betekent en we kijken hoe we elkaar kunnen helpen. Inmiddels zijn we uitgegroeid tot een flink kennisnetwerk.

Jan: Binnen TDA organiseren we jaarlijks thematische studiereizen voor de onderwijsinstellingen. Dit begint altijd met een bijeenkomst in Nederland. Als kennismaking, maar ook al met een focus op de leerdoelen. Het leerproces begint dan al. Vervolgens gaan de deelnemers naar het buitenland. Terug in Nederland hebben ze een paar maanden om hun leeruitkomsten te implementeren. Tijdens een terugkomdag delen we met elkaar delen wat er is gebeurt. Hiermee kunnen we de impact meten. Die drieluik werkt goed.

 

Waarom doen jullie dit?

Carl: We vinden dat internationalisering kan bijdragen aan onze strategie en willen met onze docenten kijken en leren hoe beroepsonderwijs vorm en inhoud krijgt in andere landen en contexten. Ook willen we onze studenten een internationale kijk bijbrengen. Hoe de samenhang is in Europa kun je theoretisch bijbrengen, maar je moet het voelen en ervaren om de connectie aan te gaan.

Jan: We weten elkaar te inspireren en hebben een makel- en schakelfunctie tussen de leden van de alliantie en tussen Europa en de wereld. Dat werkt op verschillende lagen. Deelnemers leren op persoonlijk niveau, delen dat binnen de eigen organisatie en het komt bij andere organisaties. Daarmee zorgt het voor impact, een blijvende verandering.

 

Hoe zijn de ervaringen?

Jan: Voor het onderwerp duurzaamheid zijn we recent met de trein naar de Universiteit van Gent in België gegaan. Hun studenten vragen om een duurzame universiteit en bestuurders moeten daarin mee. Wij voelen ook dat we daarin snelheid moeten maken. Internationalisering is een katalysator die de snelheid op gang kan brengen.

Carl: De inzet van digitale hulpmiddelen is belangrijk voor onze docenten. Wat zijn de technologieën die leren bevorderen? Binnenkort gaan we in Spaans Baskenland kijken naar een praktische toepassing van virtual reality. Bij de opleiding tot schilder of lasser kunnen de studenten bijvoorbeeld eerst virtueel oefenen. Onze Baskische collega’s lopen hiermee voorop en trainen mbo-scholen in de regio. Zo’n werkbezoek kan een onderwijsbestuurder helpen bij het bepalen van de stip op de horizon, als het gaat om de kansen van technologie in het hedendaagse onderwijs.

 

Wat is voor jullie de + van Erasmus+?

Carl: Het is de visie van Erasmus+ om middelen beschikbaar te stellen, landen te koppelen en kennis te delen. Die ambities zijn inspirerend en geven mij de energie om ermee verder te gaan. Ik zou het mooi vinden als het programma verder zou uitbreiden naar landen in Noord-Afrika. We kunnen daar over en weer beroepsonderwijs verbeteren door gericht van elkaar te leren. Het gaat altijd om grotere vraagstukken en die zijn niet geconcentreerd in een land of continent. Je komt verder als je in de uitwisseling op alle plekken aan de slag gaat.

Jan: De visie geldt voor landen, maar ook voor thema’s als duurzaamheid en burgerschap. internationalisering is voor mij samen vraagstukken oplossen en letterlijk en figuurlijk de horizon verbreden. Zonder Erasmus+ zou dit allemaal een stuk ingewikkelder zijn. De financiële support maakt het relatief eenvoudig en is een belangrijke steun in de rug.

 

Hoe gaat het zijn over 35 jaar?

Jan: We zijn een netwerk van netwerken. Als alliantie zijn we relatief klein met zeven instellingen, maar internationaal vertegenwoordigen we samen 375.000 studenten. Door Erasmus+ hebben we deze samenwerking kunnen formaliseren. We hebben de kans gekregen om het uit te bouwen en vast te leggen. Projecten duren meestal maar een paar jaar, maar de impact is voor de langere termijn. De thema’s zijn na twee jaar niet opgelost of achterhaald. Daarin zit het belang van wat we nu doen. We hebben altijd de lange termijn in gedachten.

Carl: Impact gaat ook over een duurzame en inclusieve samenleving. In het netwerk kunnen we hier met kennisuitwisseling nog meer een bijdrage aan leveren. Ik hoop dat docenten en studenten daar kennis op ontwikkelen en die kennis vasthouden. Zodat zij een leven lang kunnen ontwikkelen. Op lange termijn zou het mooi zijn om die kennis en ervaring in een soort alumni-achtige omgeving te kunnen verspreiden.

 

Wat is jullie droom voor de toekomst?

Jan: In de toekomst zit een student misschien op een Europees college, waarbij hij een deel van de opleiding in een ander land volgt. Het eerste jaar bijvoorbeeld in Finland, het tweede jaar in Spaans Baskenland en het derde jaar in Nederland. Ieder land heeft zijn eigen onderwijssysteem en dat mogen we koesteren, maar het is ook een goede ontwikkeling dat we naar een Europese onderwijsruimte gaan met meer flexibiliteit.

Carl: Mooier kan ik die droom niet maken. Je moet gewoon beginnen en ervaring opdoen. Vanuit het basisgeloof dat het je verder gaat helpen. Eerst proberen en dan verankeren. Al werkende leer je waar de mogelijkheden en kansen liggen. Begint eer ge bezint, sluit aan bij een thema dat je hebt in je eigen organisatie en onderzoek of je daar wat mee kunt in Europees verband.

De ambities van Erasmus+ zijn inspirerend en geven mij de energie om ermee verder te gaan.

Carl Govers