Skip naar content

‘Via Erasmus+ ben ik in aanraking gekomen met andere visies’

Inka de Pijper van NEMO Science Museum

Inka de Pijper

'De belangrijkste les die ik persoonlijk heb geleerd via Erasmus+ is openstaan voor andere visies op informeel leren.'

Faces of Erasmus+ | Inka de Pijper

Dit jaar bestaat Erasmus+ 35 jaar. We staan daar graag bij stil met een serie portretten van personen die op de een of andere manier betrokken zijn bij ons programma. Wat zijn hun ervaringen? Wat heeft het gebracht? Op welke manier heeft Erasmus+ bijgedragen? En waar hoop je over 35 jaar te zijn? We vragen het Inka de Pijper van NEMO Science Museum.

 

Wat doen jullie precies?

Als wetenschapsmuseum krijgen we veel bezoekers, maar niet iedereen kan of wil naar ons toe komen. We hebben daarom ook projecten op locatie. Bij de afdeling Educatie & Onderzoek maken we werkbladen voor in het museum en workshops voor families, maar ook lessen op school. Vaak gaat het om extern gesubsidieerde Europese projecten en activiteiten buiten het museum, bijvoorbeeld in een klas of buurthuis.

Hoe zijn jullie bij Erasmus+ gekomen?

We zijn rond 2005 begonnen met Europese projecten omdat we een enorme kans zagen om onze expertise verder te ontwikkelen. Partnerorganisaties in andere landen hebben een andere kijk op een onderwerp, een andere visie of een andere culturele achtergrond. In de projecten werken we ook samen met partners uit een heel ander werkveld, zoals scholen of buurthuizen. Werken met de doelgroep geeft extra waarde.

Wat is jouw rol?

In 2019 is het derde Tinkering project gestart en hierbij heb ik voor het eerst de coördinatie gedaan. Tinkering is een methodologie uit de Verenigde Staten. Het is een laagdrempelige manier om met wetenschap en techniek aan de slag te gaan, hands on. Je laat je leiden door je handen en dat zorgt voor een boeiende leerervaring. Wat een deelnemer wil doen, staat centraal. Als begeleider geef je een startpunt.

Hoe zijn de ervaringen?

Het derde project richt zich niet op museummedewerkers of scholen, maar op volwassenen. Bij NEMO willen we mensen in alle fasen van hun leven interesseren voor natuur en techniek, maar ook het opdoen van zelfvertrouwen, gevoel van trots of samenwerking kan een doel zijn van onze activiteiten. We willen volwassenen nog meer bereiken, maar hoe kunnen we ons aanbod beter laten aansluiten op hun behoeften? We hadden weinig contacten met die doelgroep. Via Erasmus+ hebben we samengewerkt met organisaties in Nederland, Frankrijk, Italië en Oostenrijk die dat wel hebben.

Binnen het project hebben we met lokale partners in co-creatie activiteiten ontwikkeld. In Nederland hebben we gewerkt met twee organisaties in sociaaleconomisch zwakkere buurten. Vrouwen Vooruit werkt veelal met migrantenvrouwen en Stichting Studiezalen helpt kinderen en hun ouders aan een plek waar ze zich kunnen ontwikkelen. Zij weten wat de doelgroep nodig heeft. Co-creatie kost meer tijd, maar je komt hierdoor wel tot kern en de activiteiten zijn rijker. Internationaal kunnen we leren van elkaars aanpakken. De ervaringen in andere landen zijn heel leerzaam. De organisaties zijn vergelijkbaar, maar de doelgroepen zijn net even anders.

Wat is voor jou de + van Erasmus+?

De samenwerking met andere landen en partners geeft meer perspectieven op een onderwerp of werkveld. In een project zoeken we altijd een goede mix in soorten landen en organisaties. Je kunt dan zien hoe iets in de praktijk uitpakt en het is interessant om verschillen te zien. Het resultaat is meer expertise en eindproducten zoals activiteiten, maar ook relaties en netwerken. Die zouden we zonder Erasmus+ niet hebben.

Ik vind het ook goed dat de resultaten voor iedereen toegankelijk zijn. De belangrijkste les die ik persoonlijk heb geleerd via Erasmus+ is openstaan voor andere visies op informeel leren. Je leert ook veel vaardigheden in een andere omgeving en krijgt de kans deze te oefenen. Je kunt jezelf ontwikkelen en komt op plaatsen waar je anders nooit zou komen.

Hoe gaat het zijn over 35 jaar?

Ik hoop vooral dat we het blijven doen en dat er budget beschikbaar blijft om via internationale samenwerking expertise uit te wisselen. Het is ook goed als de directe doelgroep vaker betrokken is bij een project. Helaas kan een school nu niet altijd meedoen in een educatieproject omdat de bewijslast vrij hoog is. Je kunt ze financieel niets bieden en dat maakt het lastig. Natuurlijk moeten er regels zijn maar ik zou het goed vinden als organisaties wel partner kunnen zijn zonder de volledige bewijslast. Het zou mooi zijn als dit in de toekomst makkelijker is.

Wat zou je in de toekomst graag terug willen zien in het programma van Erasmus+?

Ik werk bij een educatieve instelling en ik zou blij worden van een handige website om op een overzichtelijke manier te zoeken op uitkomsten van projecten. Ook kritisch kijken naar resultaten zodat je er echt wat aan hebt, lijkt mij mooi. Om dit te bereiken, moet je in het begin al beter kijken naar mogelijke uitkomsten. Bij Erasmus+ zijn heel veel goede projecten, maar soms werkt iets niet en dat is ook een uitkomst.

De samenwerking met andere landen en partners geeft meer perspectieven op een onderwerp of werkveld.

Inka de Pijper