Skip naar content

‘Netwerken houden Europa bij elkaar en maken Europa echt’

Annemarie de Ruiter, afdelingshoofd EU bij ministerie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Annemarie de Ruiter

'Ik hoop dat Europa over 35 jaar één grote onderwijsmogelijkheid is. Je staat als student ingeschreven bij Universiteit Europa, kunt de inhoud van je studie op Europees niveau invullen en krijgt een Europese titel.'

Faces of Erasmus+ | Annemarie de Ruiter

Dit jaar bestaat Erasmus+ 35 jaar. We staan daar graag bij stil met een serie portretten van personen die op de een of andere manier betrokken zijn bij ons programma. Wat zijn hun ervaringen? Wat heeft het gebracht? Op welke manier heeft Erasmus+ bijgedragen? En waar hoop je over 35 jaar te zijn?

We vragen het Annemarie de Ruiter. Voordat ze afdelingshoofd EU werd bij ministerie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, werkte ze 12,5 jaar bij Nuffic en Erasmus+ als teamleider en adjunct-directeur.

 

Hoe ben je ooit bij Erasmus+ gekomen?

Daarvoor werkte ik in Guatemala op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Ik zag toen een vacature bij Nuffic voor capaciteitsopbouw met ontwikkelingslanden. Dat was voor mij een mooie brug om met ontwikkelingswerk in het onderwijs vanuit Nederland te gaan werken. Na vier jaar ben ik bij Erasmus+ aan de slag gegaan als teamleider. Daarmee ging ik me meer richten op Europese samenwerking.

Waarom heb je daarvoor gekozen?

Na lang in het buitenland zijn is de grootste les die ik heb geleerd dat we overal ter wereld hetzelfde zijn. We lachen om dezelfde dingen en maken ons zorgen om dezelfde dingen. Ik moest naar het buitenland gaan om dat te ervaren. De kern van Erasmus+ is ervaring opdoen over wie jij bent en een openstaan voor medemensen waar dan ook. Voor die open houding maakt het niet uit of je in Afrika of in België bent.

Wat is de impact van Erasmus+?

Openheid en het gevoel van verbondenheid met iemand die ergens anders is geboren. Dat geldt voor alle onderwijssectoren, van jonge kinderen tot volwassenen. Maar hoe jonger je het leert, hoe meer je eraan hebt. Als je in een internationaal schoolproject vriendschap voelt met iemand in Griekenland of Roemenië, dan is er iets veranderd. Die open blik, daar heb je de rest van je leven wat aan.

Wat is voor jou de + van Erasmus+?

De open houding én het verhogen van kwaliteit. In projecten brengen scholen, onderwijsinstellingen en organisaties deskundigheid bij elkaar om samen iets te maken. Hun houding verandert én het product wordt er beter van. In taalonderwijs ligt dat voor de hand, maar het geldt voor elk onderwerp. Je kiest de juiste partners en landen en boort een uitgebreide bron aan van kennis en expertise. Ik geloof in Europa en de kracht van internationale samenwerking.

Wat hebben de jaren bij Erasmus+ jou gebracht?

Ik vind het leuk om samen te werken met mensen uit heel Europa. Al die talen en al die culturen. Je ziet dat Europa heel erg met elkaar verbonden is. In het dagelijks leven hebben we er niet altijd mee te maken, maar in de netwerken zie je dat Europa bestaat. Die netwerken houden Europa bij elkaar en dat maakt Europa heel echt.

Alle agentschappen komen geregeld bij elkaar. Eerst gebeurde dat fysiek, nu meer digitaal. Het kan daarmee korter en sneller. In plaats van twee keer per jaar een CO2-rijke bijeenkomst, kunnen we nu ook ad hoc een vergadering plannen over een actueel onderwerp. Dat is sneller en duurzamer en vaker contact maakt het ook hechter.

Waar was je 35 jaar geleden?

In 1987 zat ik in het voorlaatste jaar van de middelbare school. Ik had toen bedacht dat ik zelf wilde meewerken aan het verbeteren van de situatie van mensen in ontwikkelingslanden. Een jaar later ging ik studeren in Wageningen. De studie Niet-westerse huishoud- en consumentenwetenschappen is gericht op ontwikkelingssamenwerking. De mogelijkheden om naar het buitenland te gaan, waren toen nog heel beperkt. Inmiddels kan een student zoveel kiezen. Dat is niet meer te vergelijken.

Hoe gaat het zijn over 35 jaar?

Ik hoop dat Europa dan één grote onderwijsmogelijkheid is. Je staat als student ingeschreven bij Universiteit Europa, kunt de inhoud van je studie op Europees niveau invullen en krijgt een Europese titel. Ook hoop ik dat Erasmus+ er over 35 jaar aan heeft bijgedragen dat alle kinderen meerdere talen spreken. Taal is de toegang tot de buitenwereld. Ik zou het mooi vinden als mensen zich thuis voelen in de wereld, dat ze zich wereldburger voelen en voor de wereld willen zorgen, zonder oorlog en klimaatproblemen. Je woont op de wereld.

Hoe wil je daar zelf aan bijdragen?

In mijn nieuwe functie als afdelingshoofd EU wil ik mijn ervaring inzetten om verder vorm te geven aan Europese samenwerking. Niet alleen op het gebied van onderwijs, maar ook bij cultuur, wetenschap en emancipatie. Samenwerking met andere landen is in mijn ogen onmisbaar voor goed en toekomstgericht beleid. Ik kom uit de praktijk en wil kijken naar de uitvoerbaarheid van beleid. Is het nuttig? Hebben we er wat aan? En kan het? Ik hoop dat dat mijn erfenis wordt dat het beleid uitvoerbaar is.

Mijn persoonlijke bijdrage hierin is focus houden op waar je naartoe wil en je niet laten tegenhouden door belemmeringen onderweg, of het nu in bureaucratie is of in politiek. Positief erin staan en elke dag er het beste van maken. Als je elke dag iets kleins bereikt, is alles bij elkaar een grote stap.

In mijn nieuwe functie als afdelingshoofd EU wil ik mijn ervaring inzetten om verder vorm te geven aan Europese samenwerking.

Annemarie de Ruiter