LTTA | trainingsopzet voor Learning, Teaching and Training Activities

Tips voor de opzet van Learning, Teaching & Training Activities (LTTA)

In een project ‘Strategisch Partnerschappen’ kan je trainingsactiviteiten opnemen. Hierin kun je staf van de partnerorganisaties trainen in de kennis en/of producten die je project hebben opgeleverd.[1] Studenten kunnen ook worden betrokken, bij voorbeeld voor het draaien van een pilot.

In de programme guide staat voorop dat alle mobiliteiten moeten bijdragen aan het behalen van de projectdoelstellingen. Dit in tegenstelling tot KA1 (mobiliteitsprojecten) waar de individuele professionalisering van de deelnemer voorop staat.

Enkele tips voor het opzetten van zo’n trainingsactiviteit:

1. Beschrijf de beoogde leeruitkomsten

De eerste stap is vaststellen wat deelnemers na afloop van de training geleerd moeten hebbende kennis, vaardigheden en competenties. Dit geeft vervolgens houvast bij het opstellen van het programma. Een hulpmiddel bij het beschrijven van leeruitkomsten is hier te vinden.

2. Let op de minimale duur

In Call 2019 is de minimale duur van een staftraining 3 dagen en van blended mobility voor studenten 5 dagen. Dit zijn netto trainingsdagen, dus exclusief reisdagen! Zie voor een compleet overzicht de Programme Guide 2019.

3. Kies een geschikte werkvorm


Laat de training aansluiten op het beoogde doel van het project. Win advies in bij een professionele trainer of huur een trainer in.

4. Benut de lokale mogelijkheden

Naast training in de producten en/of kennis uit het project kunnen ook andere onderdelen in het programma worden opgenomen. Denk bijvoorbeeld aan bedrijfsbezoeken, presentaties door of uitwisseling met lokale experts, of interactie met lokale studenten.

5. Aanvulling met KA1-gelden is mogelijk

Vooral bij studentmobiliteit in het kader van een Strategisch Partnerschap is het goed om te weten dat deze aangevuld kan worden met bestaand budget binnen Key Action 1. Dit geeft de mogelijkheid om meer studenten in bijvoorbeeld in het project ontwikkelde lesmodules te laten deelnemen.

6. Evalueer de training én de onderliggende producten (IO’s)

Vraag deelnemers om feedback; niet alleen over de training zelf, maar ook over de kennis of producten (Intellectual Outputs) waarop deze gebaseerd is. Dat geeft je de kans je producten verder te verbeteren. Feedback kun je ophalen met een korte enquête, maar er zijn veel meer methodieken beschikbaar. Betrek in de evaluatie ook de beoogde leeruitkomsten—zijn deze behaald?

7. Verstrek een certificaat

Verstrek de deelnemers na afloop een ondertekend certificaat van deelname. Neem hierop ook de belangrijkste leeruitkomsten op, zodat de deelnemer kan laten zien wat de training heeft opgeleverd.

8. Evalueer de impact

Je voert de training(en) uit om bij te dragen aan de gewenste impact van je project. Daarom is het goed niet alleen de training zelf, maar ook de impact ervan te evalueren. Wat je daarbij precies evalueert, hangt af van de impact die je beoogt. Een hulpmiddel bij het opstellen van zogenoemde indicatoren hiervoor vind je hier. De impact moet je enige tijd na afloop van de training vaststellen, bijvoorbeeld door de deelnemers nog eens te bevragen.

[1] In de Programme Guide 2019 vind je vanaf pagina 107 de verschillende vormen van Learning, Teaching and Training Activities (LTTA) en de voorwaarden daarbij.