Corona FAQ: Mobiliteit - Hoger Onderwijs

Deze FAQ is bestemd voor medewerkers (international offices) van hogeronderwijsinstellingen. Ben je student? Dan vragen wij je contact op te nemen met het international office van jouw instelling.

De FAQ zal regelmatig geüpdatet worden in de komende periode. Heb je een vraag? Check dan eerst de laatste versie van deze FAQ. Mail je ons een vraag? Dan staat het antwoord daarop wellicht in de eerstvolgende update van de FAQ.

Disclaimer: de Europese Commissie komt continu met updates en besluiten. Aan de hand daarvan zullen wij ook onze instructies aanpassen indien nodig.

Laatste update: 30 juni 2020 (let op: druk op 'refresh' voor de laatste updates)

KA103 en KA107: voor elke geplande reis voor een project van Erasmus+ die uitgesteld, geannuleerd of onderbroken moet worden ten gevolge van de coronacrisis, is mogelijk  sprake van overmacht (force majeure). Indien een instelling een mobiliteit wil aanmerken als force majeure, moet dit altijd aangevraagd worden bij het NA.

KA103 en KA107: nee, in geval van force majeure kan je als instelling beslissen of de student de eerste betaling kan behouden, of de gehele beurs. In de Mobility Tool klik je in het desbetreffende dossier 'force majeure' aan en vervolgens kan je het beursbedrag aanpassen. In de Mobility Tool wordt dit bedrag onder mobiliteit (SMS of SMP) verrekend.

KA103 en KA107: Ja. De student mag de beurs behouden als hij/zij online zijn of haar studieactiviteiten (of stageactiviteiten) kan voortzetten. In deze uitzonderingssituatie veroorzaakt door de coronacrisis maakt het niet uit of de student dit vanuit Nederland of vanuit het gastland doet.

Let op: mobiliteiten die nog niet van start gegaan zijn, mogen niet vervangen worden door een virtuele mobiliteit.

KA103 en KA107: Dat bepaalt de instelling, op een consistente/beleidsmatige manier. De instelling kan ervoor kiezen dat de student de eerste betaling behoudt of de hele beurs zoals afgesproken in het studentencontract. Wanneer force majeure wordt aangevinkt in de Mobility Tool, kan je zelf het beursbedrag invullen en wordt dit niet meer bepaald door de werkelijke start- en einddatum.

KA103 en KA107: Dat is afhankelijk van het antwoord op vraag 4a. De student moet altijd eerst kijken of deze kosten (deels) te verhalen zijn bij de verhuurder of verzekeraar.

Heeft de instelling bij vraag 4a besloten de beurs terug te vorderen vanaf het moment dat de student weer in Nederland was, dan kunnen de huurkosten vanaf dat moment volledig worden opgevoerd als extra kosten.

Indien de instelling heeft besloten dat de student zijn eerste betaling of zijn gehele beurs mag houden, dient eerst gekeken te worden in hoeverre de doorbetaalde beurs voldoet om de extra huurkosten te betalen. Het deel van de huur dat hierdoor niet gedekt wordt, kan opgevoerd worden als extra kosten onder individual support. Voorbeeld: de student zou van 1 februari tot 30 juni op mobiliteit gaan. De mobiliteit is eind maart afgebroken, maar de huur moet doorbetaald worden tot en met juni (bijvoorbeeld €300,- per maand). Dan wordt gekeken in hoeverre de uitgekeerde beurs voor de maanden april, mei en juni (bijvoorbeeld €250,- per maand) volstaat om voor deze drie maanden de huur te betalen. Het verschil (€900 - €750 = €150,-) kan worden opgevoerd als extra kosten, en opgeteld bij de grant voor individual support. Let op, het rekenvoorbeeld is anders wanneer de student alleen de eerste betaling heeft mogen behouden.

Te allen tijde moeten de betaalbewijzen én bewijs dat deze kosten niet elders te verhalen waren (afwijzing verhuurder) in het  dossier van de student opgeslagen zijn.

Extra kosten kunnen alleen opgevoerd worden indien het budget van de instelling dit toelaat.

KA103: Het zal waarschijnlijk niet vaak nodig zijn, maar het kan wel, mits het budget van de instelling dit toelaat. Als een student extra kosten heeft gemaakt, doordat de student bijvoorbeeld in geval van repatriëring een extra ticket heeft moeten kopen, en dit niet uit het ontvangen beursbedrag gefinancierd kan worden, kunnen deze extra kosten in de Mobility Tool worden opgevoerd onder travel grant. Kosten voor bijvoorbeeld de huur in het gastland kunnen slechts opgevoerd worden voor het gedeelte van de huur dat niet gedekt wordt door de reguliere grant voor deze periode. Deze kosten kunnen opgeteld worden bij de Individual Support.  Let op: deze kosten moeten in het dossier van de student aangetoond kunnen worden, alsmede bewijs dat deze kosten niet elders verhaald konden worden.

KA107: Dat kan, indien het budget van de instelling dit toelaat. Als een student bijvoorbeeld (maar niet uitsluitend) een extra ticket heeft moeten kopen om terug naar huis te komen, en dit niet uit het ontvangen beursbedrag gefinancierd kan worden, kunnen deze kosten opgevoerd worden als extra kosten. Let op, extra kosten moeten in het dossier van de student aangetoond kunnen worden. Een betaalbewijs én bewijs dat deze kosten niet elders verhaald konden worden moeten bij een check aanwezig zijn. Bij het aanvinken van force majeure kan het beursbedrag in de Mobility Tool handmatig worden aangepast.

KA103 en KA107: Bij voorkeur wordt deze mobiliteit afgebroken en de mobiliteit op een later moment als een nieuwe mobiliteit opgevoerd.  Op deze manier kan namelijk de huidige mobiliteit als force majeure worden aangemerkt, en kan de student de aanbetaling of de gehele beurs behouden, al naar gelang de instelling beslist.

Indien de mobiliteit onder een call valt die in het najaar nog loopt, kan de mobiliteit dan ook worden voortgezet, met ‘interruption days’ voor de tussenliggende periode. 

KA103: Ja, in de Mobility Tool wordt de geplande begindatum opgevoerd en als einddatum dezelfde datum (de totale duur is dan 1 dag). Na het force majeure-vakje te hebben aangevinkt kan je de daadwerkelijk gemaakte reiskosten invullen bij 'travel grant'. Een betaalbewijs van de extra kosten en bewijs dat deze niet elders verhaald konden worden dienen in het dossier aanwezig te zijn.

KA107: Ja, in de Mobility Tool wordt de geplande begindatum opgevoerd en als einddatum dezelfde datum (de totale duur is dan 1 dag). De beurs zal dan bestaan uit alleen de travel grant, hiervoor geldt dat de standaard unit costs voor travel opgevoerd mogen worden. Een betaalbewijs van de extra kosten en bewijs dat deze niet elders verhaald konden worden, moeten in het dossier aanwezig zijn.

KA103 en KA107: Ja, deze extra kosten opgevoerd worden, indien in het aan de instelling toegekende budget dit toelaat. Na het force majeure-vakje te hebben aangevinkt kan je de daadwerkelijk gemaakte kosten voor huisvesting invullen bij individual support. Een betaalbewijs van de deze kosten en bewijslast dat deze kosten niet elders te verhalen zijn dienen in het dossier aanwezig te zijn. 

De data waarop de mobiliteit oorspronkelijk zou plaatsvinden vervangt u in de Mobility Tool door de data waarop de mobiliteit daadwerkelijk plaatsvindt. Daartoe moet Force Majeure worden aangevinkt en aangevraagd. De kosten die reeds gemaakt waren en vergoed konden worden, kunnen nu opgeteld worden bij de automatisch berekende grant. Financieel gezien krijgt de student/deelnemer dus evenveel subsidie als wanneer het als twee losse mobiliteiten in de MT+ zou staan. Leg in het comments-vakje de situatie goed uit (welke bedragen de extra gemaakte kosten zijn) gebruik hierbij ook altijd het woord corona of covid.

Voor KA103 mobiliteiten die waren opgevoerd onder call 2018, is dit niet mogelijk omdat call 2018 in juni 2020 afloopt. U kunt de betreffende mobiliteit dan als nieuwe mobiliteit opvoeren onder call 2019 of call 2020.

Uitgestelde mobiliteiten zijn alleen mobiliteiten waarbij dezelfde student/staflid, die naar dezelfde gastinstelling/stagebedrijf gaat. In alle overige gevallen betreft het een nieuwe mobiliteit.

Helaas betekent dit dat de instelling maar één keer OS ontvangt voor de betreffende mobiliteiten.

KA103 en KA107: De Europese Commissie moedigt hogeronderwijsinstellingen aan studenten de mogelijkheid te geven examens online af te leggen. Hogeronderwijsinstellingen beslissen hier echter uiteindelijk zelf over.

KA103 en KA107: In deze uitzonderlijke situatie vraagt de coördinator Erasmus+ force majeure aan bij het NA Erusmus+, door een e-mail te sturen naar de betreffende actielijn KA103@erasmusplus.nl of KA107@erasmusplus.nl.

In de e-mail omschrijf je beknopt, maar wel zo concreet en volledig mogelijk, de situatie. Je mag de aanvraag van force majeure voor meerdere studenten bundelen, maar dit hoeft niet. Vermeld in de e-mail s.v.p. bij elke student of de student onder call 2018 of call 2019 is geregistreerd in de Mobility Tool.

Let op: voor andere gevallen van force majeure (die geen betrekking hebben op de coronacrisis), zie de algemene voorwaarden bij de Grant Agreement.

Voor KA103 en KA107:

Naast de standaarddocumenten (Learning Agreement en Studentencontract), zijn er in deze gevallen extra documenten verplicht:

Bij een Force Majeure:

  • Negatief reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse zaken of mail/brief van de partner die de mobiliteit afblaast.
  • Een Statement of the Host waarop de daadwerkelijke begin- en einddatum van de mobiliteit vermeld wordt (indien voldoende controleerbaar en herleidbaar mag het in dit geval ook een e-mail van de partnerinstelling zijn).
  • De bevestiging van het NA dat de Force Majeure onder voorbehoud is goedgekeurd

 

Bij een Force Majeure met extra kosten  zijn daarnaast ook de volgende bewijsstukken nodig:

  • Een betaalbewijs van de extra gemaakte kosten
  • Bewijs dat deze kosten niet elders verhaald konden worden. Hoe bewijst een deelnemer dit? Er zijn vele verschillende situaties mogelijk, die onmogelijk allemaal door ons te voorzien zijn. Toch willen we ingaan op de meest gebruikelijke situaties.

 

A. Deelnemer is niet verzekerd 

  1. De deelnemer verklaart dat hij/zij niet verzekerd is.
  2. Bovenstaande mailwisseling (o.i.d.) dient in het dossier te worden bijgevoegd
  3. Let op: soms zijn er aanwijzingen dat iemand wel verzekerd is (bijv. wanneer op het ticket staat dat er een annuleringsverzekering is afgesloten).

 

B. Deelnemer is wel verzekerd

  1. De deelnemer verklaart dat hij/zij wel verzekerd is.
  2. De deelnemer voegt bewijsstukken toe. Een aantal voorbeelden van mogelijke bewijsstukken:
  • Afwijzing declaratie;
  • Mailwisseling met de verzekeringsmaatschappij waarin wordt aangegeven dat de kosten wel/niet worden vergoed;
  • Door de verzekeringsmaatschappij verstrekte informatie m.b.t. vergoeding als gevolg van de pandemie (bijvoorbeeld een mail die naar iedere verzekerde verstuurd is of Q&A’s op de website van de verzekeringsmaatschappij).             
  1. De betreffende bewijsstukken dienen in het dossier te worden vastgelegd.

Een verzekerde heeft overigens altijd recht op een afwijzing/goedkeuring van een declaratie.

 

Bij de eindrapportage dient een verklaring te worden aangeleverd, getekend door een tekenbevoegde van de instelling, dat alle opgevoerde extra kosten niet elders verhaald konden worden.

KA103 en KA107:  Nee, deze zijn niet verplicht. De Mobility Tool+ stuurt geen uitnodiging voor het invullen van het participant report naar de geannuleerde mobiliteiten (die als 1-daagse mobiliteit zijn opgevoerd). Voor afgebroken mobiliteiten wordt de uitnodiging wel verstuurd, maar is deze niet verplicht.

Certificate of Attendance met de werkzaamheden die de student tijdens z’n stage heeft uitgevoerd en de beoordeling/ de Transcript of Records met daarin de gevolgde vakken en cijfers zijn niet nodig wanneer de uitwisseling niet afgemaakt is.

Let op, als de mobiliteit online wordt afgemaakt, is een Transcript of Records uiteraard wel verplicht.

KA103 en KA107: Ja. Een Statement of the Host met daarin de echte begin en einddatum is wel nodig als bewijs dat de student daadwerkelijk onderwijs heeft genoten aan de gastinstelling, en voor hoelang.  Nu het lastig is om documenten met handtekeningen te verkrijgen, volstaat een e-mail van de partner ook. Belangrijk is dat de verstrekte informatie voldoende controleerbaar en herleidbaar is. In een e-mail moet voldoende duidelijk zijn dat deze afkomstig is van de verantwoordelijke persoon binnen de gastinstelling. Sla in dit geval deze e-mail op in het betreffende dossier.

KA103 en KA107: Indien de mobiliteit is afgebroken en niet online wordt voortgezet, kan dit bijvoorbeeld de laatste dag voor de sluiting van de instelling zijn. Hier heeft de instelling wel enige flexibiliteit in. Wordt de studie/stage online voortgezet, dan mag de laatste dag van de studie/examen/stage activiteit online worden ingevuld.

KA103 en KA107:

  • Registreer de mobiliteits- en deelnemersinformatie
  • Vink het Force Majeure hokje aan
  • Vul het Force Majeure comments vakje in, waarin je de situatie uitlegt, gebruik hierbij altijd het woord "Corona" of "Covid"
  • Vul de reële start- en einddatum in
  • Daarna kun je de travel grant en individual support handmatig aanpassen

KA107 en KA103:

  • Registreer de mobiliteits- en deelnemersinformatie
  • Vink het Force Majeure hokje aan
  • Vul het Force Majeure comments vakje in, waarin je de situatie uitlegt, gebruik hierbij altijd het woord "Corona" of "Covid"
  • Vul dezelfde start- en einddatum in à de duur is 1 dag
  • Daarna kun je de travel grant en individual support handmatig aanpassen

 

Alle mobiliteiten met force majeure en dezelfde start- als einddatum zullen niet worden meegenomen in de statistieken.

KA103 en KA107: Nee, een mobiliteit die geannuleerd is en waarvoor geen kosten gemaakt zijn, kan je uit Mobility Tool verwijderen. 

KA103 en KA107: Indien de student vanuit zijn of haar thuisland de online colleges volgt, vink je Force Majeure aan (immers, die student voldoet niet aan de eisen die normaal gesproken aan een mobiliteit gesteld worden). Volgt de student de colleges vanuit zijn gastland, dan hoeft dat niet. Weet je niet waar je student zich bevindt, vink dan voor de zekerheid Force Majeure aan. Indien de student online zijn studie voortzet, en zijn learning outcomes zal behalen, heeft de student recht op zijn volledige beurs.

Indien nodig mag ook hierop het Force Majeure-concept worden toegepast, waardoor deze periode niet meetelt. De instelling beslist hierover per casus. Zet de student de studieperiode online voort, dan telt de gehele periode wel mee voor het maximum aantal dagen.

De Europese Commissie adviseert hoger onderwijsinstellingen een plan B te maken voor deze groep studenten, en hen niet opnieuw de selectieprocedure te laten ondergaan.

KA103: Indien de nul-beursstudenten de minimumduur van 3 maanden voor studie/2 maanden voor stage niet hebben gehaald door vervroegde terugkeer ten gevolge van Corona, dient Force Majeure te worden aangevinkt. Als de minimumduur behaald is, doe je dat niet. Op deze manier worden studenten in beide gevallen meegeteld voor OS en past performance.

KA103: Call 2018 loopt 31 mei 2020 af. Studenten die onder force majeure worden opgevoerd kunnen hun eerste betaling of de hele beurs (zoals afgesproken in het studentencontract) behouden. Het is aan de instelling zelf om hier consistent/beleidsmatig over te beslissen. Hierdoor is er onder KA103 geen sprake van budget dat nu niet kan worden uitgeput; en daarom geen reden tot verlenging.

KA107: Dit kan voor alle call 2018 projecten waarvan het budget niet uitgeput kan worden door de Corona-crisis. Hiertoe dient de projectcoördinator per e-mail verlenging aan te vragen. Het amendementsverzoek dient uiterlijk 1 maand voor de oorspronkelijke einddatum van het project bij het NA binnen te zijn. De vervolgprocedure betreffende ondertekening van het amendement volgt nog.

KA103 en KA107: Nee, in beginsel is het bedrag dat in de Grant Agreement tussen het NA en de instelling staat het maximumbedrag dat de instelling zal krijgen.

Alleen van toepassing voor KA103:

1. Studenten die al met hun uitwisseling gestart zijn en toegang hebben tot een OLS taalcursus:

Toegang tot een OLS taalcursus wordt automatisch met 4 maanden verlengd na de einddatum van de gerealiseerde mobiliteit. Hierdoor mogen studenten tijdens de huidige situatie gebruik blijven maken van de tool.

2. Studenten die hun geplande uitwisseling hebben moeten uitstellen en nog geen toegang hebben tot een OLS taalcursus:

Instellingen wordt aangeraden vanaf nu OLS licenties ook bij niet gestarte mobiliteiten toe te kennen. Bij het invullen van de gegevens, moeten de oorspronkelijke data van de geplande mobiliteit opgevoerd worden. OLS taalcursussen worden automatisch met 4 maanden verlengd na de einddatum van de geplande mobiliteit.

3. Studenten die een uitwisseling gepland hebben staan voor 2020 en nog geen toegang hebben tot een OLS taalcursus:

Geplande mobiliteiten voor 2020 mogen al OLS licenties ontvangen zodat studenten al van de tool kunnen profiteren. Mochten geplande mobiliteiten uitgesteld worden, dan zullen de licenties verlengd worden totdat de betreffende studenten terug zijn gekeerd.

Studenten:

  • Indien de gastinstelling/stagebedrijf nog gesloten is bij de start van het semester/stageperiode, stimuleer dan waar mogelijk een blended mobility-benadering, d.w.z. om te beginnen met een periode van virtuele mobiliteit in het buitenland, te combineren met fysieke mobiliteit in het buitenland. De fysieke mobiliteit dient aan de minimumduur zoals vastgelegd in de Programmagids te voldoen. 
  • Het uitgangspunt is een blended mobility, dus de afspraken die van te voren worden gemaakt gaan uit van een deel fysieke mobiliteit bij de gastinstelling. Mocht dat fysieke deel door overmacht toch niet mogelijk zijn/ worden verkort dan kan het vervangen worden door virtuele mobiliteit.
  • In geval van overmacht kan de duur van de fysieke mobiliteit worden verkort of geannuleerd en vervangen door een verlenging van de virtuele mobiliteit. 
  • Onderbreking tussen de virtuele en fysieke mobiliteit is toegestaan, mits de activiteit wordt uitgevoerd binnen de mobiliteitsprojectduur. 
  • Als tijdens de "virtuele periode" de student niet in het gastland verblijft, ontvangt de student geen subsidie. Bij aanvang van de periode van fysieke mobiliteit in het gastland heeft de student recht op de reguliere beurs voor de periode in het buitenland. 
  • De thuisinstelling ontvangt het geldende tarief voor OS per deelnemer ,ook als vanwege overmacht de fysieke mobiliteit vervangen wordt door virtuele mobiliteit. Dit houdt in dat de instelling verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de uitwisseling (voorbereiding, begeleiding en follow-up) zoals aangegeven in de ECHE principes.
  • De virtuele en fysieke mobiliteit moet worden bevestigd door een Transcript of Records en  de fysieke mobiliteit door een Statement of the Host (met begin en einddatum van het verblijf).  
  • Studenten kunnen vanaf het begin van de virtuele periode hun OLS-licentie gaan gebruiken. 
  • Beide periodes (virtueel en fysiek) tellen mee voor het erkennen van leerresultaten. 
  • De Blended mobility- benadering gaat per heden in en kan onder Call 2019 en Call 2020 vallen (voor KA107 ook onder call 2018, indien u verlenging heeft aangevraagd). Vergeet niet dat het addendum dat u binnenkort ontvangt getekend dient te worden mocht u gebruik willen maken van Blended Mobility.

 

Staf:

  • Er moet een minimale fysieke mobiliteit van 2 dagen (5 dagen voor KA107) worden gepland. Als deze niet kan plaatsvinden vanwege overmacht kan de duur van de fysieke mobiliteit worden verkort of geannuleerd en vervangen worden door een (verlenging van de) virtuele mobiliteit. 
  • Onderbreking tussen de virtuele en fysieke mobiliteit is toegestaan, mits de activiteit wordt uitgevoerd binnen de mobiliteitsprojectduur. 
  • Tijdens de "virtuele periode" is er geen sprake van vergoeding. Als de fysieke mobiliteit begint, kan subsidie worden toegekend voor de periode in het buitenland.
  • De thuisinstelling ontvangt het geldende tarief voor OS per deelnemer ook als vanwege overmacht de fysieke mobiliteit vervangen wordt door virtuele mobiliteit. Dit houdt in dat de instelling verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de uitwisseling (voorbereiding, begeleiding en follow-up) zoals aangegeven in de ECHE principes.
  • De virtuele en fysieke mobiliteit moet worden bevestigd door een Certificate of Attendance met daarin ook de begin- en einddatum van de fysieke mobiliteit. 
  • Beide periodes (virtueel en fysiek) tellen mee voor het erkennen van leerresultaten. 

 

Special needs studenten/staf: 

  • Indien naar behoren onderbouwd en gedocumenteerd door de thuisinstelling, kunnen NA's ook special needs vergoeding ontvankelijk verklaren die worden aangevraagd om de deelname van deelnemers met speciale behoeften aan virtuele activiteiten mogelijk te maken, volgens dezelfde regels als gespecificeerd in de programmagids. Denk bijvoorbeeld aan vergoeding voor een tolk tijdens een virtuele activiteit. 

 

Instelling: 

  • Indien naar behoren onderbouwd en gedocumenteerd, kunnen instellingen de kosten dekken die verband houden met het kopen en / of huren van apparatuur en / of diensten die nodig zijn voor de uitvoering van virtuele en gemengde mobiliteitsactiviteiten, zelfs als er aanvankelijk geen middelen waren toegewezen aan de budgetcategorie exceptional costs. 
  • Begunstigden mogen tot 10% van het geld uit elke budgetcategorie overmaken op basis van unit costs aan Exceptional Costs om de kosten te dekken die verband houden met het kopen en / of huren van apparatuur en / of diensten die nodig zijn voor de uitvoering van virtuele mobiliteitsactiviteiten veroorzaakt door COVID-19, zelfs als er aanvankelijk geen middelen waren toegewezen aan de categorie Exceptional Costs. 
  • De steun die via dit item wordt verleend, moet in de eerste plaats betrekking hebben op apparatuur en / of diensten van tijdelijke aard (d.w.z. voor de duur van het project), in plaats van op normale kantoorapparatuur of apparatuur die normaal wordt gebruikt door de deelnemende organisaties buiten het kader van het project. (bijv. een specifieke tool of inhuren een bepaalde dienst of persoon om virtuele mobiliteit in deze uitzonderlijke periode te faciliteren). 
  • Voor HE tussen programma- en partnerlanden: deze overschrijvingen worden altijd uitgevoerd uit budgetcategorieën die zijn toegewezen voor activiteiten met hetzelfde partnerland. 
  • Berekening van het subsidiebedrag: de subsidie ​​is een vergoeding van 75% van de subsidiabele kosten die daadwerkelijk zijn gemaakt voor het kopen en / of huren van uitrusting en / of diensten.

In september en oktober van dit jaar worden er enkele wijzigingen aangebracht in de Mobility Tool, waardoor aangevinkt kan worden welk type mobiliteit het betreft (blended/virtueel/fysiek) en de duur van de verschillende onderdelen. T.z.t. zal hierop extra toelichting gegeven worden.

Deze mobiliteiten zijn in principe ontvankelijk. Er zal echter geen sprake van Force Majeure zijn bij een tweede coronagolf, want de situatie was in dit geval voorzienbaar. Dit betekent dat het risico voor de instelling is: als een mobiliteit wordt afgebroken, en de minimumduur niet gehaald is, moet de uitbetaalde beurs terugbetaald worden aan het NA.  

Voor landen die op het moment van het plannen van de mobiliteit geel zijn volgens het reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse zaken, zullen dezelfde regels rondom Force Majeure gelden als in het voorjaar. Alle informatie die u in de Corona FAQ op onze website vindt, is dus ook dan van toepassing.