Mijlpaal 10 miljoen deelnemers Erasmus+ bereikt!

Primair en voortgezet onderwijs Middelbaar beroepsonderwijs Hoger onderwijs Volwasseneneducatie Jeugd & jongerenwerk

Erasmus+ heeft in 2019 de mijlpaal van 10 miljoen deelnemers bereikt. Van uitwisseling naar Barcelona, stage lopen in Riga tot bijscholing volgen in Krakow; steeds meer jongeren, leerlingen, studenten en docenten doen buitenlandervaring op met Erasmus+, het Europese subsidieprogramma voor onderwijs, training, jeugd en sport.

Bij de start van het Erasmusprogramma in 1987 gingen ruim 3.000 studenten uit de EU op uitwisseling. 169 Nederlandse studenten kregen dat jaar een beurs om in een andere lidstaat te gaan studeren of stage te lopen. Inmiddels maken jaarlijks zo’n 900.000 deelnemers uit 33 landen gebruik van de subsidiemogelijkheden van Erasmus+ om naar het buitenland te gaan, en is het huidige programma uitgegroeid tot een platform voor Europese en internationale samenwerking voor alle onderwijssectoren en het jeugd- en jongerenwerk. 

320.000 Nederlandse deelnemers 

In Nederland maakten tot nu toe in totaal zo’n 320.000 Nederlandse deelnemers al gebruik van Erasmus+.  Momenteel gaan jaarlijks ruim 30.000 Nederlandse jongeren, leerlingen, studenten en docenten uit de sectoren primair en voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, hoger onderwijs, volwasseneneducatie en jeugd- en jongerenwerk naar een ander EU-land voor uitwisselingen en projecten.

"Het programma Erasmus+ draagt aantoonbaar bij aan de ontwikkeling van vaardigheden en competenties van individuele deelnemers én aan kwaliteitsverhoging bij deelnemende organisaties."

Lem van Eupen, directeur van het Nationaal Agentschap Erasmus+

“Het programma Erasmus+ draagt aantoonbaar bij aan de ontwikkeling van vaardigheden en competenties van individuele deelnemers én aan kwaliteitsverhoging bij deelnemende organisaties”, zegt Lem van Eupen, directeur van het Nationaal Agentschap Erasmus+. “Natuurlijk zijn er ook nog verbeterpunten: nog lang niet iedereen voor wie Erasmus+ bedoeld is weet de weg te vinden naar het programma. Dat is onze opdracht voor de komende jaren: de mensen en organisaties bereiken die nu nog niet deelnemen aan het programma, maar er wel heel veel profijt van zouden kunnen hebben”.

En daar houden de ambities niet op. Vorig jaar maakte de Europese Commissie bekend het budget voor Erasmus+ te willen verdubbelen. Het Europese Parlement wil zelfs een verdrievoudiging. Het huidige programma loopt tot en met 2020. Uit een tussentijdse evaluatie van de impact van het programma, bleek de vraag naar beurzen en subsidies veel groter te zijn dan het huidige budget van 14,7 miljard euro voor 7 jaar. Met een verdubbeling van het budget hoopt de Europese Commissie nog eens 12 miljoen Europeanen extra te bereiken en daarmee de economische en maatschappelijke ontwikkeling van Europa verder te versterken.

Het programma Erasmus+ richt zich op individuen: jongeren, studenten, docenten en professionals. Zij krijgen de mogelijkheid om binnen Europa, en deels ook daarbuiten, een deel van hun studie te volgen, stage te lopen, een uitwisseling te doen of internationale trainingen te volgen. Daarnaast ondersteunt Erasmus+ organisaties die internationale samenwerkingen aangaan in projecten. Dergelijke partnerschappen kunnen gericht zijn op innovatie, maar ook op het gezamenlijk leren en op het delen van ervaringen en succesvolle praktijken. Erasmus+ levert zo een bijdrage aan economische groei, werkgelegenheid, gelijke kansen en inclusie in Europa.