Kinderen voorbereiden op een wereld zonder grenzen

"Uiteindelijk is er meer dat ons bindt dan wat ons scheidt”

Inspire children. Make a difference in school policy. Partners in Europe present. Assemble knowledge. Create projects. Teachers improve education. De afkorting IMPACT staat voor een hele trits aan ambities. Maar de belangrijkste ambitie van het gezamenlijk project van hogeschool Saxion en vijf basisscholen uit vijf landen is letterlijk om impact te hebben: op scholenorganisaties, leerkrachten, ouders en vooral op de kinderen.

 

 

Inspire children. Make a difference in school policy. Partners in Europe present. Assemble knowledge. Create projects. Teachers improve education. De afkorting IMPACT staat voor een hele trits aan ambities. Maar de belangrijkste ambitie van het gezamenlijk project van hogeschool Saxion en vijf basisscholen uit vijf landen is letterlijk om impact te hebben: op scholenorganisaties, leerkrachten, ouders en vooral op de kinderen.

 

Het is in Nederland niet gebruikelijk dat een hogeschool en basisscholen de handen ineenslaan. IMPACT toont echter aan dat zo’n samenwerking positief kan uitwerken voor beide kanten: zeker ook als het om een grensoverschrijdend project gaat. “Als Saxion hebben wij al vaker internationale projecten gedraaid”, vertelt international officer Paul Stuit van de hogeschool uit Oost-Nederland. “We beschikken bovendien over de expertise en menskracht om de aanvraag, het financieel management en de verantwoording van zo’n project te begeleiden. Dat is bij een basisschool minder aanwezig.” “Saxion helpt ons ook met de theoretische kaders en zorgt voor interessante keynote speakers op de bijeenkomsten”, vult directeur Jasper Kok van openbare basisschool Stedeke aan. De school uit Diepenheim treft binnen het door Erasmus+ ondersteunde project basisscholen uit Spanje, Portugal, Italië en Turkije.

 

“Maar wij halen zelf ook veel uit het project”, vervolgt Stuit. “Internationalisering wordt steeds belangrijker binnen het onderwijs. We laten de leerkrachten die we opleiden aan onze pabo met IMPACT heel concreet zien hoe je internationalisering kunt toepassen in de dagelijkse praktijk. Daarmee zijn ze beter toegerust op hun toekomstige werk.”

 

Speelveld

IMPACT heeft drie hoofddoelstellingen. Door good practices uit te wisselen en uitdagingen met elkaar te bespreken, verbeteren de basisscholen het onderwijs. Ze ontwikkelen bovendien een beleid op het gebied van internationalisering. Met behulp van de internationaliseringmeter van Nuffic monitoren ze vervolgens periodiek hoe het ervoor staat met de internationalisering op hun school. De meest belangrijke doelstelling is om kinderen te stimuleren en uit te dagen in gezamenlijke projecten met kinderen uit andere Europese landen.

 

Kok is ervan overtuigd dat je kinderen al op jonge leeftijd moet laten kennismaken met de wereld buiten Nederland. “Europa en de wereld zijn in toenemende mate het speelveld van jongvolwassenen. Mensen gaan in de toekomst nog vaker dan nu overal in Europa studeren, wonen en werken. Daar moet je kinderen al op jonge leeftijd op voorbereiden. Dit project is ook goed voor de Europese integratie. Als kinderen al met vier, vijf, zes jaar leuk contact hebben met kinderen uit andere landen, is de kans groot dat ze in de toekomst positiever aankijken tegen Europese samenwerking. Het neemt ook vooroordelen weg. Wie het nieuws kijkt, denkt dat mensen in Turkije heel anders in elkaar zitten dan wij. Maar binnen IMPACT blijken we toch prima te kunnen samenwerken.

 

Stripverhaal

IMPACT startte in december 2016 en zal nog doorlopen tot maart 2019. In die periode vinden vijf trainingsweken plaats voor leerkrachten. Namens iedere school nemen telkens twee of drie leerkrachten deel aan de trainingen. Elke trainingsweek heeft twee thema’s. Europese identiteit, Europees burgerschap, meertaligheid en immigratie zijn voorbeelden van thema’s die aan de orde komen tijdens de trainingen. Leraren maken tijdens de trainingsweken in groepjes een praktische vertaling van de theoretische kennis die ze opdoen. Het leidt tot tal van activiteiten in de klassen. Zo hebben de kinderen filmpjes gemaakt om hun leeftijdsgenoten in het buitenland te laten zien hoe hun school en land eruitzien. Kinderen uit verschillende landen hebben met elkaar een stripverhaal gemaakt. Bijzonder was het project What’s in your pocket?. “Kinderen maakten hun jas- of broekzak leeg”, schetst Kok. “Wat hierin zat, werd op foto of film gezet. Het bleek dat kinderen in Spanje of Turkije heel andere dingen in hun broekzak hadden dan onze kinderen. Dit leverde leuke gesprekken op.” Kinderen mailen, chatten en videochatten met elkaar binnen IMPACT. Hiervoor maken de deelnemende scholen gebruik van platform Twinspace van Nuffic.

 

Olievlekwerking

De impact van het project beperkt zich niet tot de kinderen. Acht tot twaalf leerkrachten per deelnemende school zullen gedurende het project deelnemen aan een trainingsweek. Zij moeten hun collega’s meenemen in de ideeën en het enthousiasme die in deze weken zijn ontstaan. Zo wordt uiteindelijk het hele team betrokken. Ouders krijgen enthousiaste verhalen van hun kinderen te horen. “Je zag ouders in eerste instantie verbaasd reageren als hun kind vertelde dat het gepraat had met een leeftijdsgenootje uit Portugal”, zegt Kok. “Toen ik begon met internationalisering op de school was er sowieso wat scepsis bij de ouders. Maar inmiddels zien ze ook de voordelen. Hun kinderen tonen meer begrip voor andere landen, zijn meer geïnteresseerd in het nieuws. Als er bosbranden zijn in Portugal, maken ze meteen de koppeling naar de Portugese school waarmee we samenwerken. ‘Ik hoop dat zij niet te maken krijgen met die brand’, zeggen ze dan.”

 

Tijdens de looptijd van IMPACT zal het aantal deelnemende scholen geleidelijk worden uitgebreid. Uiteindelijk moeten zestien scholen uit zes landen aangehaakt zijn bij het project. Stuit: “Het idee is onder andere dat deelnemers scholen uit de regio betrekken bij IMPACT. Zo moet een olievlekwerking ontstaan.” “Ik hoop dat andere scholen internationalisering zien als een manier om het onderwijs te ontwikkelen en niet als het zoveelste extra onderwerp op het curriculum”, stelt Kok. “Met dit project laten we zien dat internationalisering volop kansen biedt om het onderwijs te verbeteren en het wereldbeeld van kinderen te bevorderen.”

  

Klein houden

Kok en Stuit hebben enkele tips voor (basis-)scholen die een vergelijkbaar project willen opzetten. Kok wijst erop dat het loont om al een vroeg stadium buiten de eigen schoolgrenzen te kijken. “Leg contact met de adviseurs van Erasmus+, benader de hogeschool bij jou in de buurt. Je kunt elkaar helpen, van elkaar leren, elkaar inspireren.” Stuit geeft aan dat het belangrijk is dat je de samenwerking zoekt met scholen die gelijkgestemd zijn en vergelijkbare uitgangspunten hebben. “Als Saxion hadden we al samengewerkt met de school van Jasper en de partner in Barcelona. In deze twee gevallen wisten we dus wat voor vlees we in de kuip hadden. We hebben in ons netwerk gekeken naar scholen die daarbij passen. Ook een oproep op eTwinning was nuttig. Heel wat scholen reageerden daarop. Op basis van de ideeën die vervolgens zijn uitgewisseld, hebben we ook nog enkele deelnemers geselecteerd.” Hij adviseert ten slotte om het aantal deelnemers in het begin klein te houden. “Het is moeilijk om tot resultaten te komen als je met veel scholen bent, die allemaal eigen ideeën hebben over zo’n project. Je kunt het aantal deelnemers en nationaliteiten later altijd nog uitbreiden.”

 

 

 

 

 

Inspire children. Make a difference in school policy. Partners in Europe present. Assemble knowledge. Create projects. Teachers improve education. De afkorting IMPACT staat voor een hele trits aan ambities. Maar de belangrijkste ambitie van het gezamenlijk project van hogeschool Saxion en vijf basisscholen uit vijf landen is letterlijk om impact te hebben: op scholenorganisaties, leerkrachten, ouders en vooral op de kinderen.

 

Het is in Nederland niet gebruikelijk dat een hogeschool en basisscholen de handen ineenslaan. IMPACT toont echter aan dat zo’n samenwerking positief kan uitwerken voor beide kanten: zeker ook als het om een grensoverschrijdend project gaat. “Als Saxion hebben wij al vaker internationale projecten gedraaid”, vertelt international officer Paul Stuit van de hogeschool uit Oost-Nederland. “We beschikken bovendien over de expertise en menskracht om de aanvraag, het financieel management en de verantwoording van zo’n project te begeleiden. Dat is bij een basisschool minder aanwezig.” “Saxion helpt ons ook met de theoretische kaders en zorgt voor interessante keynote speakers op de bijeenkomsten”, vult directeur Jasper Kok van openbare basisschool Stedeke aan. De school uit Diepenheim treft binnen het door Erasmus+ ondersteunde project basisscholen uit Spanje, Portugal, Italië en Turkije.

 

“Maar wij halen zelf ook veel uit het project”, vervolgt Stuit. “Internationalisering wordt steeds belangrijker binnen het onderwijs. We laten de leerkrachten die we opleiden aan onze pabo met IMPACT heel concreet zien hoe je internationalisering kunt toepassen in de dagelijkse praktijk. Daarmee zijn ze beter toegerust op hun toekomstige werk.”

 

Speelveld

IMPACT heeft drie hoofddoelstellingen. Door good practices uit te wisselen en uitdagingen met elkaar te bespreken, verbeteren de basisscholen het onderwijs. Ze ontwikkelen bovendien een beleid op het gebied van internationalisering. Met behulp van de internationaliseringmeter van Nuffic monitoren ze vervolgens periodiek hoe het ervoor staat met de internationalisering op hun school. De meest belangrijke doelstelling is om kinderen te stimuleren en uit te dagen in gezamenlijke projecten met kinderen uit andere Europese landen.

 

Kok is ervan overtuigd dat je kinderen al op jonge leeftijd moet laten kennismaken met de wereld buiten Nederland. “Europa en de wereld zijn in toenemende mate het speelveld van jongvolwassenen. Mensen gaan in de toekomst nog vaker dan nu overal in Europa studeren, wonen en werken. Daar moet je kinderen al op jonge leeftijd op voorbereiden. Dit project is ook goed voor de Europese integratie. Als kinderen al met vier, vijf, zes jaar leuk contact hebben met kinderen uit andere landen, is de kans groot dat ze in de toekomst positiever aankijken tegen Europese samenwerking. Het neemt ook vooroordelen weg. Wie het nieuws kijkt, denkt dat mensen in Turkije heel anders in elkaar zitten dan wij. Maar binnen IMPACT blijken we toch prima te kunnen samenwerken.

 

Stripverhaal

IMPACT startte in december 2016 en zal nog doorlopen tot maart 2019. In die periode vinden vijf trainingsweken plaats voor leerkrachten. Namens iedere school nemen telkens twee of drie leerkrachten deel aan de trainingen. Elke trainingsweek heeft twee thema’s. Europese identiteit, Europees burgerschap, meertaligheid en immigratie zijn voorbeelden van thema’s die aan de orde komen tijdens de trainingen. Leraren maken tijdens de trainingsweken in groepjes een praktische vertaling van de theoretische kennis die ze opdoen. Het leidt tot tal van activiteiten in de klassen. Zo hebben de kinderen filmpjes gemaakt om hun leeftijdsgenoten in het buitenland te laten zien hoe hun school en land eruitzien. Kinderen uit verschillende landen hebben met elkaar een stripverhaal gemaakt. Bijzonder was het project What’s in your pocket?. “Kinderen maakten hun jas- of broekzak leeg”, schetst Kok. “Wat hierin zat, werd op foto of film gezet. Het bleek dat kinderen in Spanje of Turkije heel andere dingen in hun broekzak hadden dan onze kinderen. Dit leverde leuke gesprekken op.” Kinderen mailen, chatten en videochatten met elkaar binnen IMPACT. Hiervoor maken de deelnemende scholen gebruik van platform Twinspace van Nuffic.

 

Olievlekwerking

De impact van het project beperkt zich niet tot de kinderen. Acht tot twaalf leerkrachten per deelnemende school zullen gedurende het project deelnemen aan een trainingsweek. Zij moeten hun collega’s meenemen in de ideeën en het enthousiasme die in deze weken zijn ontstaan. Zo wordt uiteindelijk het hele team betrokken. Ouders krijgen enthousiaste verhalen van hun kinderen te horen. “Je zag ouders in eerste instantie verbaasd reageren als hun kind vertelde dat het gepraat had met een leeftijdsgenootje uit Portugal”, zegt Kok. “Toen ik begon met internationalisering op de school was er sowieso wat scepsis bij de ouders. Maar inmiddels zien ze ook de voordelen. Hun kinderen tonen meer begrip voor andere landen, zijn meer geïnteresseerd in het nieuws. Als er bosbranden zijn in Portugal, maken ze meteen de koppeling naar de Portugese school waarmee we samenwerken. ‘Ik hoop dat zij niet te maken krijgen met die brand’, zeggen ze dan.”

 

Tijdens de looptijd van IMPACT zal het aantal deelnemende scholen geleidelijk worden uitgebreid. Uiteindelijk moeten zestien scholen uit zes landen aangehaakt zijn bij het project. Stuit: “Het idee is onder andere dat deelnemers scholen uit de regio betrekken bij IMPACT. Zo moet een olievlekwerking ontstaan.” “Ik hoop dat andere scholen internationalisering zien als een manier om het onderwijs te ontwikkelen en niet als het zoveelste extra onderwerp op het curriculum”, stelt Kok. “Met dit project laten we zien dat internationalisering volop kansen biedt om het onderwijs te verbeteren en het wereldbeeld van kinderen te bevorderen.”

  

Klein houden

Kok en Stuit hebben enkele tips voor (basis-)scholen die een vergelijkbaar project willen opzetten. Kok wijst erop dat het loont om al een vroeg stadium buiten de eigen schoolgrenzen te kijken. “Leg contact met de adviseurs van Erasmus+, benader de hogeschool bij jou in de buurt. Je kunt elkaar helpen, van elkaar leren, elkaar inspireren.” Stuit geeft aan dat het belangrijk is dat je de samenwerking zoekt met scholen die gelijkgestemd zijn en vergelijkbare uitgangspunten hebben. “Als Saxion hadden we al samengewerkt met de school van Jasper en de partner in Barcelona. In deze twee gevallen wisten we dus wat voor vlees we in de kuip hadden. We hebben in ons netwerk gekeken naar scholen die daarbij passen. Ook een oproep op eTwinning was nuttig. Heel wat scholen reageerden daarop. Op basis van de ideeën die vervolgens zijn uitgewisseld, hebben we ook nog enkele deelnemers geselecteerd.” Hij adviseert ten slotte om het aantal deelnemers in het begin klein te houden. “Het is moeilijk om tot resultaten te komen als je met veel scholen bent, die allemaal eigen ideeën hebben over zo’n project. Je kunt het aantal deelnemers en nationaliteiten later altijd nog uitbreiden.”

 

 

 

 

 

Inspire children. Make a difference in school policy. Partners in Europe present. Assemble knowledge. Create projects. Teachers improve education. De afkorting IMPACT staat voor een hele trits aan ambities. Maar de belangrijkste ambitie van het gezamenlijk project van hogeschool Saxion en vijf basisscholen uit vijf landen is letterlijk om impact te hebben: op scholenorganisaties, leerkrachten, ouders en vooral op de kinderen.

 

Het is in Nederland niet gebruikelijk dat een hogeschool en basisscholen de handen ineenslaan. IMPACT toont echter aan dat zo’n samenwerking positief kan uitwerken voor beide kanten: zeker ook als het om een grensoverschrijdend project gaat. “Als Saxion hebben wij al vaker internationale projecten gedraaid”, vertelt international officer Paul Stuit van de hogeschool uit Oost-Nederland. “We beschikken bovendien over de expertise en menskracht om de aanvraag, het financieel management en de verantwoording van zo’n project te begeleiden. Dat is bij een basisschool minder aanwezig.” “Saxion helpt ons ook met de theoretische kaders en zorgt voor interessante keynote speakers op de bijeenkomsten”, vult directeur Jasper Kok van openbare basisschool Stedeke aan. De school uit Diepenheim treft binnen het door Erasmus+ ondersteunde project basisscholen uit Spanje, Portugal, Italië en Turkije.

 

“Maar wij halen zelf ook veel uit het project”, vervolgt Stuit. “Internationalisering wordt steeds belangrijker binnen het onderwijs. We laten de leerkrachten die we opleiden aan onze pabo met IMPACT heel concreet zien hoe je internationalisering kunt toepassen in de dagelijkse praktijk. Daarmee zijn ze beter toegerust op hun toekomstige werk.”

 

Speelveld

IMPACT heeft drie hoofddoelstellingen. Door good practices uit te wisselen en uitdagingen met elkaar te bespreken, verbeteren de basisscholen het onderwijs. Ze ontwikkelen bovendien een beleid op het gebied van internationalisering. Met behulp van de internationaliseringmeter van Nuffic monitoren ze vervolgens periodiek hoe het ervoor staat met de internationalisering op hun school. De meest belangrijke doelstelling is om kinderen te stimuleren en uit te dagen in gezamenlijke projecten met kinderen uit andere Europese landen.

 

Kok is ervan overtuigd dat je kinderen al op jonge leeftijd moet laten kennismaken met de wereld buiten Nederland. “Europa en de wereld zijn in toenemende mate het speelveld van jongvolwassenen. Mensen gaan in de toekomst nog vaker dan nu overal in Europa studeren, wonen en werken. Daar moet je kinderen al op jonge leeftijd op voorbereiden. Dit project is ook goed voor de Europese integratie. Als kinderen al met vier, vijf, zes jaar leuk contact hebben met kinderen uit andere landen, is de kans groot dat ze in de toekomst positiever aankijken tegen Europese samenwerking. Het neemt ook vooroordelen weg. Wie het nieuws kijkt, denkt dat mensen in Turkije heel anders in elkaar zitten dan wij. Maar binnen IMPACT blijken we toch prima te kunnen samenwerken.

 

Stripverhaal

IMPACT startte in december 2016 en zal nog doorlopen tot maart 2019. In die periode vinden vijf trainingsweken plaats voor leerkrachten. Namens iedere school nemen telkens twee of drie leerkrachten deel aan de trainingen. Elke trainingsweek heeft twee thema’s. Europese identiteit, Europees burgerschap, meertaligheid en immigratie zijn voorbeelden van thema’s die aan de orde komen tijdens de trainingen. Leraren maken tijdens de trainingsweken in groepjes een praktische vertaling van de theoretische kennis die ze opdoen. Het leidt tot tal van activiteiten in de klassen. Zo hebben de kinderen filmpjes gemaakt om hun leeftijdsgenoten in het buitenland te laten zien hoe hun school en land eruitzien. Kinderen uit verschillende landen hebben met elkaar een stripverhaal gemaakt. Bijzonder was het project What’s in your pocket?. “Kinderen maakten hun jas- of broekzak leeg”, schetst Kok. “Wat hierin zat, werd op foto of film gezet. Het bleek dat kinderen in Spanje of Turkije heel andere dingen in hun broekzak hadden dan onze kinderen. Dit leverde leuke gesprekken op.” Kinderen mailen, chatten en videochatten met elkaar binnen IMPACT. Hiervoor maken de deelnemende scholen gebruik van platform Twinspace van Nuffic.

 

Olievlekwerking

De impact van het project beperkt zich niet tot de kinderen. Acht tot twaalf leerkrachten per deelnemende school zullen gedurende het project deelnemen aan een trainingsweek. Zij moeten hun collega’s meenemen in de ideeën en het enthousiasme die in deze weken zijn ontstaan. Zo wordt uiteindelijk het hele team betrokken. Ouders krijgen enthousiaste verhalen van hun kinderen te horen. “Je zag ouders in eerste instantie verbaasd reageren als hun kind vertelde dat het gepraat had met een leeftijdsgenootje uit Portugal”, zegt Kok. “Toen ik begon met internationalisering op de school was er sowieso wat scepsis bij de ouders. Maar inmiddels zien ze ook de voordelen. Hun kinderen tonen meer begrip voor andere landen, zijn meer geïnteresseerd in het nieuws. Als er bosbranden zijn in Portugal, maken ze meteen de koppeling naar de Portugese school waarmee we samenwerken. ‘Ik hoop dat zij niet te maken krijgen met die brand’, zeggen ze dan.”

 

Tijdens de looptijd van IMPACT zal het aantal deelnemende scholen geleidelijk worden uitgebreid. Uiteindelijk moeten zestien scholen uit zes landen aangehaakt zijn bij het project. Stuit: “Het idee is onder andere dat deelnemers scholen uit de regio betrekken bij IMPACT. Zo moet een olievlekwerking ontstaan.” “Ik hoop dat andere scholen internationalisering zien als een manier om het onderwijs te ontwikkelen en niet als het zoveelste extra onderwerp op het curriculum”, stelt Kok. “Met dit project laten we zien dat internationalisering volop kansen biedt om het onderwijs te verbeteren en het wereldbeeld van kinderen te bevorderen.”

  

Klein houden

Kok en Stuit hebben enkele tips voor (basis-)scholen die een vergelijkbaar project willen opzetten. Kok wijst erop dat het loont om al een vroeg stadium buiten de eigen schoolgrenzen te kijken. “Leg contact met de adviseurs van Erasmus+, benader de hogeschool bij jou in de buurt. Je kunt elkaar helpen, van elkaar leren, elkaar inspireren.” Stuit geeft aan dat het belangrijk is dat je de samenwerking zoekt met scholen die gelijkgestemd zijn en vergelijkbare uitgangspunten hebben. “Als Saxion hadden we al samengewerkt met de school van Jasper en de partner in Barcelona. In deze twee gevallen wisten we dus wat voor vlees we in de kuip hadden. We hebben in ons netwerk gekeken naar scholen die daarbij passen. Ook een oproep op eTwinning was nuttig. Heel wat scholen reageerden daarop. Op basis van de ideeën die vervolgens zijn uitgewisseld, hebben we ook nog enkele deelnemers geselecteerd.” Hij adviseert ten slotte om het aantal deelnemers in het begin klein te houden. “Het is moeilijk om tot resultaten te komen als je met veel scholen bent, die allemaal eigen ideeën hebben over zo’n project. Je kunt het aantal deelnemers en nationaliteiten later altijd nog uitbreiden.”

 

 

 

 

Top