‘Ga uit van mogelijkheden en niet van beperkingen’

Het Albeda College ontving in 2016 de VET Mobility Charter van Erasmus+ voor bewezen kwaliteit van internationalisering. Verbazingwekkend is het niet dat de grote mbo-school uit de regio Rijnmond het keurmerk binnensleepte. Het Albeda College biedt studenten en medewerkers via stages en studiereizen immers volop de kans om over de grens kennis en ervaring op te doen. Bij deze door Erasmus+ ondersteunde activiteiten wordt geen enkele groep vergeten.

 

Het mbo kent vier niveaus, waarbij niveau 4 het hoogste niveau is en niveau 1 het laagste. Een groep studenten die normaal gesproken niet zo snel buitenlandervaring opdoet, zijn studenten op mbo-niveau 2. Het Albeda College kiest er bewust voor om ook hen mogelijkheden te bieden op dit gebied. Daarbij worden slimme combinaties gemaakt. Zo gaan studenten van niveau 2 onder begeleiding van niveau 3 en 4 sporten en bewegen naar het buitenland. De studenten van niveau 3 en 4 doen daar dan hun proeve van bekwaamheid in de specialisatie buitensport.

 

 

“Veel van onze niveau 2 studenten zijn nog nooit naar het buitenland geweest”, vertelt coördinator internationalisering Ellen Quartel. “Zo’n reis heeft grote impact op hen. Ze doen er praktijkkennis en zelfvertrouwen op.” “Het heeft ook invloed op de motivatie van de studenten”, vult Ineke Speijer aan. Zij heeft als onderwijsleider van het Trajectbureau internationalisering in haar portefeuille. “De studenten zien wat hun schoolgenoten op niveau 3 en 4 allemaal doen en kunnen. Dat stimuleert hen om hun opleiding af te maken en zelf ook door te stromen naar een hoger niveau. Sommige studenten op niveau 2 kiezen vervolgens ook voor een individuele stage.”

 

Maatwerk

De ‘speciale doelgroepen’ beperken zich bij het Albeda college niet tot niveau 2. Ook mensen met een beperking krijgen de gelegenheid om buitenlandervaring op te doen. “We zijn nu bijvoorbeeld bezig met een stage in Spanje voor een groep ICT-studenten met een autistische beperking”, vertelt Quartel. “Wellicht dat er voor de studenten op termijn meer inzit dan een stage alleen.” Een andere doelgroep zijn studenten met een lastige thuissituatie en/of beperkte financiële middelen. “Bij iedere doelgroep en iedere individuele student kijken we wat er nodig en mogelijk is qua ondersteuning, of het past binnen het programma Erasmus+ … Het is echt een kwestie van maatwerk.”

 

Doorstroom

De resultaten van de internationale activiteiten zijn duidelijk merkbaar, stelt Quartel. “Meer studenten op niveau 2 maken door de internationale ervaring hun opleiding af en stromen door naar een hoger niveau. Bij één opleiding maakten normaal gesproken twee studenten de overstap naar niveau 3 of 4. Na een training in het buitenland steeg dit naar 23. Ook de kansen op de arbeidsmarkt nemen toe door de buitenlandactiviteiten. Deelnemers aan de kappersopleiding kunnen bijvoorbeeld in Londen het certificaat black hair halen. In Nederland bestaat er geen specifieke opleiding voor het knippen van kroeshaar. Een gat in de markt.”

De studenten ontwikkelen zich daarnaast in sociaal opzicht door een buitenlandervaring. “In Nederland is de koelkast gevuld, is er overal Wifi, doen je ouders de was voor je. Dat is wel anders in het buitenland. Daar ben je op elkaar en op jezelf aangewezen, moet je zelfstandig je budget beheren. Er komt vaak een heel andere jongen of meisje terug na afloop van de stage. Het maakt het bovendien concreter voor de studenten en hun omgeving wat Europa doet en betekent. Het is immers dankzij de steun van de Europese Unie dat dit allemaal mogelijk is.”

 

Netwerk

De impact beperkt zich niet tot de studenten zelf, aldus Speijer. “Nederlandse bedrijven waar de studenten vervolgens stage gaan lopen of werken, profiteren natuurlijk ook van de in het buitenland opgedane kennis en ervaring. Er ontstaat dankzij Erasmus+ en de activiteiten in het buitenland verder een netwerk van scholen dat met elkaar samenwerkt en van elkaar leert. Dat netwerk proberen we ook in te zetten voor lokale partners. Zo zijn vertegenwoordigers van de gemeente Rotterdam meegegaan op een werkbezoek naar Londen dat draaide om het onderwerp sociale veiligheid. Het is sowieso tweerichtingsverkeer. Er gaan niet alleen studenten van het Albeda College naar het buitenland. Er doen via ons ook studenten uit andere landen nuttige ervaring op in Nederland.”

 

“De staf van het Albeda College krijgt ook volop de gelegenheid om internationaal de kennis te vergroten”, vult Quartel aan. “Zo zijn in het kader van het certificaat black hair ook docenten naar Londen gegaan. Zij hebben delen van de stof, die daar onderwezen wordt, opgenomen in hun eigen lessen.”

 

Kwestie van doen

Hebben Speijer en Quartel nog tips voor scholen die een vergelijkbare koers willen varen? “Ga niet zelf het wiel uitvinden”, opent Speijer. “Maak gebruik van de ervaringen die het Albeda College en andere scholen al hebben opgedaan. Wij zijn zeker bereid om deze te delen.” De internationale ambities moeten verder aansluiten bij het overkoepelende beleid van de school, benadrukt ze. “Zonder een gedegen plan dat wordt gedragen door de organisatie is het te afhankelijk van een paar enthousiaste voorlopers.” Het vereist dat intern de koppen bij elkaar worden gestoken en goede afspraken worden gemaakt. Maar ook overleg met het Nationaal Agentschap Erasmus+ is een essentiële voorwaarde. Quartel: “Je moet sowieso voldoen aan de administratieve en financiële vereisten van Erasmus+. Anders bouw je op los zand.”

 

Ze adviseert scholen klein te beginnen en de activiteiten vandaaruit geleidelijk uit te bouwen. Een goede voorbereiding van de internationale activiteiten en een gedegen begeleiding van medewerkers en studenten zijn eveneens vereist. Waarna het vervolgens ook gewoon een kwestie van doen is, aldus Speijer. “Ga uit van mogelijkheden en niet van beperkingen. Onze ervaringen maken duidelijk dat iedereen baat kan hebben bij internationale ervaringen. Ook groepen studenten waaraan je niet als eerste denkt.”

 

Meer weten?

E-mail dan met Ineke Speyer (i.speyer@albeda.nl) of Ellen Quartel (e.quartel@albeda.nl).

 

 

 

Het mbo kent vier niveaus, waarbij niveau 4 het hoogste niveau is en niveau 1 het laagste. Een groep studenten die normaal gesproken niet zo snel buitenlandervaring opdoet, zijn studenten op mbo-niveau 2. Het Albeda College kiest er bewust voor om ook hen mogelijkheden te bieden op dit gebied. Daarbij worden slimme combinaties gemaakt. Zo gaan studenten van niveau 2 onder begeleiding van niveau 3 en 4 sporten en bewegen naar het buitenland. De studenten van niveau 3 en 4 doen daar dan hun proeve van bekwaamheid in de specialisatie buitensport.

 

 

“Veel van onze niveau 2 studenten zijn nog nooit naar het buitenland geweest”, vertelt coördinator internationalisering Ellen Quartel. “Zo’n reis heeft grote impact op hen. Ze doen er praktijkkennis en zelfvertrouwen op.” “Het heeft ook invloed op de motivatie van de studenten”, vult Ineke Speijer aan. Zij heeft als onderwijsleider van het Trajectbureau internationalisering in haar portefeuille. “De studenten zien wat hun schoolgenoten op niveau 3 en 4 allemaal doen en kunnen. Dat stimuleert hen om hun opleiding af te maken en zelf ook door te stromen naar een hoger niveau. Sommige studenten op niveau 2 kiezen vervolgens ook voor een individuele stage.”

 

Maatwerk

De ‘speciale doelgroepen’ beperken zich bij het Albeda college niet tot niveau 2. Ook mensen met een beperking krijgen de gelegenheid om buitenlandervaring op te doen. “We zijn nu bijvoorbeeld bezig met een stage in Spanje voor een groep ICT-studenten met een autistische beperking”, vertelt Quartel. “Wellicht dat er voor de studenten op termijn meer inzit dan een stage alleen.” Een andere doelgroep zijn studenten met een lastige thuissituatie en/of beperkte financiële middelen. “Bij iedere doelgroep en iedere individuele student kijken we wat er nodig en mogelijk is qua ondersteuning, of het past binnen het programma Erasmus+ … Het is echt een kwestie van maatwerk.”

 

Doorstroom

De resultaten van de internationale activiteiten zijn duidelijk merkbaar, stelt Quartel. “Meer studenten op niveau 2 maken door de internationale ervaring hun opleiding af en stromen door naar een hoger niveau. Bij één opleiding maakten normaal gesproken twee studenten de overstap naar niveau 3 of 4. Na een training in het buitenland steeg dit naar 23. Ook de kansen op de arbeidsmarkt nemen toe door de buitenlandactiviteiten. Deelnemers aan de kappersopleiding kunnen bijvoorbeeld in Londen het certificaat black hair halen. In Nederland bestaat er geen specifieke opleiding voor het knippen van kroeshaar. Een gat in de markt.”

De studenten ontwikkelen zich daarnaast in sociaal opzicht door een buitenlandervaring. “In Nederland is de koelkast gevuld, is er overal Wifi, doen je ouders de was voor je. Dat is wel anders in het buitenland. Daar ben je op elkaar en op jezelf aangewezen, moet je zelfstandig je budget beheren. Er komt vaak een heel andere jongen of meisje terug na afloop van de stage. Het maakt het bovendien concreter voor de studenten en hun omgeving wat Europa doet en betekent. Het is immers dankzij de steun van de Europese Unie dat dit allemaal mogelijk is.”

 

Netwerk

De impact beperkt zich niet tot de studenten zelf, aldus Speijer. “Nederlandse bedrijven waar de studenten vervolgens stage gaan lopen of werken, profiteren natuurlijk ook van de in het buitenland opgedane kennis en ervaring. Er ontstaat dankzij Erasmus+ en de activiteiten in het buitenland verder een netwerk van scholen dat met elkaar samenwerkt en van elkaar leert. Dat netwerk proberen we ook in te zetten voor lokale partners. Zo zijn vertegenwoordigers van de gemeente Rotterdam meegegaan op een werkbezoek naar Londen dat draaide om het onderwerp sociale veiligheid. Het is sowieso tweerichtingsverkeer. Er gaan niet alleen studenten van het Albeda College naar het buitenland. Er doen via ons ook studenten uit andere landen nuttige ervaring op in Nederland.”

 

“De staf van het Albeda College krijgt ook volop de gelegenheid om internationaal de kennis te vergroten”, vult Quartel aan. “Zo zijn in het kader van het certificaat black hair ook docenten naar Londen gegaan. Zij hebben delen van de stof, die daar onderwezen wordt, opgenomen in hun eigen lessen.”

 

Kwestie van doen

Hebben Speijer en Quartel nog tips voor scholen die een vergelijkbare koers willen varen? “Ga niet zelf het wiel uitvinden”, opent Speijer. “Maak gebruik van de ervaringen die het Albeda College en andere scholen al hebben opgedaan. Wij zijn zeker bereid om deze te delen.” De internationale ambities moeten verder aansluiten bij het overkoepelende beleid van de school, benadrukt ze. “Zonder een gedegen plan dat wordt gedragen door de organisatie is het te afhankelijk van een paar enthousiaste voorlopers.” Het vereist dat intern de koppen bij elkaar worden gestoken en goede afspraken worden gemaakt. Maar ook overleg met het Nationaal Agentschap Erasmus+ is een essentiële voorwaarde. Quartel: “Je moet sowieso voldoen aan de administratieve en financiële vereisten van Erasmus+. Anders bouw je op los zand.”

 

Ze adviseert scholen klein te beginnen en de activiteiten vandaaruit geleidelijk uit te bouwen. Een goede voorbereiding van de internationale activiteiten en een gedegen begeleiding van medewerkers en studenten zijn eveneens vereist. Waarna het vervolgens ook gewoon een kwestie van doen is, aldus Speijer. “Ga uit van mogelijkheden en niet van beperkingen. Onze ervaringen maken duidelijk dat iedereen baat kan hebben bij internationale ervaringen. Ook groepen studenten waaraan je niet als eerste denkt.”

 

Meer weten?

E-mail dan met Ineke Speyer (i.speyer@albeda.nl) of Ellen Quartel (e.quartel@albeda.nl).

 

 

 

Het mbo kent vier niveaus, waarbij niveau 4 het hoogste niveau is en niveau 1 het laagste. Een groep studenten die normaal gesproken niet zo snel buitenlandervaring opdoet, zijn studenten op mbo-niveau 2. Het Albeda College kiest er bewust voor om ook hen mogelijkheden te bieden op dit gebied. Daarbij worden slimme combinaties gemaakt. Zo gaan studenten van niveau 2 onder begeleiding van niveau 3 en 4 sporten en bewegen naar het buitenland. De studenten van niveau 3 en 4 doen daar dan hun proeve van bekwaamheid in de specialisatie buitensport.

 

 

“Veel van onze niveau 2 studenten zijn nog nooit naar het buitenland geweest”, vertelt coördinator internationalisering Ellen Quartel. “Zo’n reis heeft grote impact op hen. Ze doen er praktijkkennis en zelfvertrouwen op.” “Het heeft ook invloed op de motivatie van de studenten”, vult Ineke Speijer aan. Zij heeft als onderwijsleider van het Trajectbureau internationalisering in haar portefeuille. “De studenten zien wat hun schoolgenoten op niveau 3 en 4 allemaal doen en kunnen. Dat stimuleert hen om hun opleiding af te maken en zelf ook door te stromen naar een hoger niveau. Sommige studenten op niveau 2 kiezen vervolgens ook voor een individuele stage.”

 

Maatwerk

De ‘speciale doelgroepen’ beperken zich bij het Albeda college niet tot niveau 2. Ook mensen met een beperking krijgen de gelegenheid om buitenlandervaring op te doen. “We zijn nu bijvoorbeeld bezig met een stage in Spanje voor een groep ICT-studenten met een autistische beperking”, vertelt Quartel. “Wellicht dat er voor de studenten op termijn meer inzit dan een stage alleen.” Een andere doelgroep zijn studenten met een lastige thuissituatie en/of beperkte financiële middelen. “Bij iedere doelgroep en iedere individuele student kijken we wat er nodig en mogelijk is qua ondersteuning, of het past binnen het programma Erasmus+ … Het is echt een kwestie van maatwerk.”

 

Doorstroom

De resultaten van de internationale activiteiten zijn duidelijk merkbaar, stelt Quartel. “Meer studenten op niveau 2 maken door de internationale ervaring hun opleiding af en stromen door naar een hoger niveau. Bij één opleiding maakten normaal gesproken twee studenten de overstap naar niveau 3 of 4. Na een training in het buitenland steeg dit naar 23. Ook de kansen op de arbeidsmarkt nemen toe door de buitenlandactiviteiten. Deelnemers aan de kappersopleiding kunnen bijvoorbeeld in Londen het certificaat black hair halen. In Nederland bestaat er geen specifieke opleiding voor het knippen van kroeshaar. Een gat in de markt.”

De studenten ontwikkelen zich daarnaast in sociaal opzicht door een buitenlandervaring. “In Nederland is de koelkast gevuld, is er overal Wifi, doen je ouders de was voor je. Dat is wel anders in het buitenland. Daar ben je op elkaar en op jezelf aangewezen, moet je zelfstandig je budget beheren. Er komt vaak een heel andere jongen of meisje terug na afloop van de stage. Het maakt het bovendien concreter voor de studenten en hun omgeving wat Europa doet en betekent. Het is immers dankzij de steun van de Europese Unie dat dit allemaal mogelijk is.”

 

Netwerk

De impact beperkt zich niet tot de studenten zelf, aldus Speijer. “Nederlandse bedrijven waar de studenten vervolgens stage gaan lopen of werken, profiteren natuurlijk ook van de in het buitenland opgedane kennis en ervaring. Er ontstaat dankzij Erasmus+ en de activiteiten in het buitenland verder een netwerk van scholen dat met elkaar samenwerkt en van elkaar leert. Dat netwerk proberen we ook in te zetten voor lokale partners. Zo zijn vertegenwoordigers van de gemeente Rotterdam meegegaan op een werkbezoek naar Londen dat draaide om het onderwerp sociale veiligheid. Het is sowieso tweerichtingsverkeer. Er gaan niet alleen studenten van het Albeda College naar het buitenland. Er doen via ons ook studenten uit andere landen nuttige ervaring op in Nederland.”

 

“De staf van het Albeda College krijgt ook volop de gelegenheid om internationaal de kennis te vergroten”, vult Quartel aan. “Zo zijn in het kader van het certificaat black hair ook docenten naar Londen gegaan. Zij hebben delen van de stof, die daar onderwezen wordt, opgenomen in hun eigen lessen.”

 

Kwestie van doen

Hebben Speijer en Quartel nog tips voor scholen die een vergelijkbare koers willen varen? “Ga niet zelf het wiel uitvinden”, opent Speijer. “Maak gebruik van de ervaringen die het Albeda College en andere scholen al hebben opgedaan. Wij zijn zeker bereid om deze te delen.” De internationale ambities moeten verder aansluiten bij het overkoepelende beleid van de school, benadrukt ze. “Zonder een gedegen plan dat wordt gedragen door de organisatie is het te afhankelijk van een paar enthousiaste voorlopers.” Het vereist dat intern de koppen bij elkaar worden gestoken en goede afspraken worden gemaakt. Maar ook overleg met het Nationaal Agentschap Erasmus+ is een essentiële voorwaarde. Quartel: “Je moet sowieso voldoen aan de administratieve en financiële vereisten van Erasmus+. Anders bouw je op los zand.”

 

Ze adviseert scholen klein te beginnen en de activiteiten vandaaruit geleidelijk uit te bouwen. Een goede voorbereiding van de internationale activiteiten en een gedegen begeleiding van medewerkers en studenten zijn eveneens vereist. Waarna het vervolgens ook gewoon een kwestie van doen is, aldus Speijer. “Ga uit van mogelijkheden en niet van beperkingen. Onze ervaringen maken duidelijk dat iedereen baat kan hebben bij internationale ervaringen. Ook groepen studenten waaraan je niet als eerste denkt.”

 

Meer weten?

E-mail dan met Ineke Speyer (i.speyer@albeda.nl) of Ellen Quartel (e.quartel@albeda.nl).

 

 

Top